De Moord op Olof Palme

De Laserman die op de moordenaar van Olof Palme leek

Een eenzame, gefrustreerde beursspeculant als dader van de moord op Olof Palme: menigeen vindt die oplossing ongeloofwaardig. Christer Andersson kan dus niet de moordenaar zijn. Maar er zijn opmerkelijke overeenkomsten tussen Andersson en de zogenoemde Laserman die in de vroege jaren negentig dood en verderf zaaide in de straten van Stockholm. John Ausonius, zoals de Laserman heette, schoot niet op politici, maar op migranten. Gewoon omdat ze buitenlanders waren.

De bloederige campagne van Ausonius startte in de zomer van 1991, in het oostelijke deel van Stockholm. Drie Afrikaanse studenten maakten er  ‘s avonds een wandelingetje. Vanuit de bosjes scheen plots een rood lichtje op een van hen. Een geweerschot volgde. Een van de drie, een Somaliër, zag dat hij hevig bloedde. De andere twee zochten in paniek hulp. In het nabijgelegen flatgebouw opende niemand de deur voor ze. Een aangehouden automobilist weigerde de zwaargewonde man naar het ziekenhuis te brengen. Er zouden anders bloedvlekken kunnen komen op de bekleding van zijn achterbank, zei hij. Het is een klein mirakel dat de student niet doodbloedde voor hij uiteindelijk toch in een hospitaal belandde.

Zolang het maar migranten waren

John Ausonius in 1986. Foto: Towpilot

Tussen augustus 1991 en februari 1992 schoot de Laserman elf mensen neer. Slechts een van de elf stierf, maar de andere tien liepen wel zwaar letsel op, in veel gevallen voor het leven. Ze hadden alle elf iets gemeen: ze waren migranten. Waar vandaan ze kwamen speelde voor de Laserman geen rol. Zolang ze er niet Noord-Europees uitzagen, behoorden ze tot de doelgroep. Sommigen waren studenten, anderen waren kleine zelfstandigen, muzikant of zwerver. Ze werden soms ‘s nachts, soms op klaarlichte dag neergeknald, op straat, in een park of in het gebouw waar ze zich toevallig bevonden.

Eerst gebruikte de dader een lasergeweer, vandaar de bijnaam Laserman, nadien een revolver. De loop van de revolver vertoonde een kleine afwijking, bleek later. Daardoor koos de kogel nooit helemaal de baan die de Laserman voor ogen had. Mogelijk is dat de reden waarom de meeste slachtoffers overleefden. Het is ook een reden waarom hij maar doorging met zijn acties, want hij wilde doden maken, geen gewonden.

Sporen liet hij amper na. Een compositietekening die met hulp van een getuige werd gemaakt, leidde naar niets, maar bleek achteraf wel redelijk op Ausonius te lijken. Omdat hij halverwege zijn misdaadreeks van wapen veranderde dacht de politie een tijd dat er meerdere daders waren. De Laserman veroorzaakte een ware angstpsychose. Migranten durfden in Stockholm niet meer de straat op, tenzij om te betogen voor bescherming. Bedrijven legden uit solidariteit met de migranten in Zweden het werk tijdelijk neer. Toenmalig premier Carl Bildt sprak het volk toe via een ingelaste tv-uitzending.

Laserman tegen de lamp

In juni 1992, vier maanden na zijn laatste aanslag, liep de Laserman tegen de lamp. De politie kwam hem twee maanden eerder op het spoor via een Nissan Micra die hij had gehuurd. John Ausonius gebruikte de Nissan als vluchtwagen bij enkele van de schietpartijen. Hij woonde in een flat die niet op zijn naam stond, maar de politie kwam erachter dat Ausonius regelmatig videofilms huurde in een lokale videotheek en wist zo zijn adres te traceren. Al even gedegen recherchewerk toonde aan dat Ausonius hoogstwaarschijnlijk niet alleen de Laserman was, maar ook de Fietsende Bankrover, een agressieve overvaller die in de voorgaande twee jaar achttien Stockholmse banken beroofde en meestal per fiets vluchtte. De politie had gelijk: het was direct na een nieuwe bankoverval dat Ausonius in de boeien werd geslagen. Een wonderbaarlijk toeval leverde nog een essentieel bewijsstuk op: een sportvisser haalde de revolver van de Laserman uit het zeewater.

De man werd tot levenslang veroordeeld. Hij zit nog altijd vast, hoewel hij soms op proefverlof mag en dan rustig door Stockholm kuiert. Ausonius, inmiddels een grijze zestiger, lijkt gekalmeerd. Hij werkte mee aan een boek en een documentaire over zijn misdaden, en praatte daarbij vrijuit over zijn motieven en denkbeelden. Opmerkelijk: de gewapende migrantenhater bleek zelf van buitenlandse afkomst, half Duits, half Zwitsers. Ausonius werd geboren als Wolfgang Zaugg en ging tevens een aantal jaren als John Stannerman door het leven; in Zweden kan iedereen zonder veel moeite van naam veranderen. Hij voelde zich als kind al buitengesloten vanwege zijn koolzwarte haar. De meeste Zweden hebben blond of bruin haar. Later ging hij fanatiek haarverf gebruiken. Ook het verzweedsen van zijn naam was een poging om het brandmerk van buitenlander kwijt te raken.

Zelfhaat speelde een rol in zijn motieven. Ausonius projecteerde die op andere migranten. Zijn politieke opvattingen waren, niet verrassend, extreem-rechts. Het electorale succes in die tijd van de populistische partij Ny Demokrati en de opkomst van de tegenwoordig zo populaire Zweden-Democraten (vergelijkbaar met de PVV en het Vlaams Belang) sterkten hem in de overtuiging dat hij als Laserman iets goeds deed voor het land.

Ongemakkelijke parallellen

Moordplaats Olof Palme, 1986.

In de jaren zeventig verdiende de filmliefhebber enige tijd de kost door de projectoren te bedienen in de Stockholmse bioscoop Grand. Het is deze bioscoop die premier Olof Palme bezocht op de avond van zijn dood in 1986. Twee jaar later gold Ausonius (toen nog Stannerman) even als verdachte van de moord op Palme. De politie had gehoord dat de Grand soms personeel in dienst had met bedenkelijke politieke denkbeelden. Het spoor liep dood. Het bleek dat hij op de avond dat Palme werd vermoord, een 14 maanden durende straf uitzat voor mishandeling, bedreiging, diefstal en bedrog.

Een perfect alibi, maar als je Ausonius vergelijkt met Christer Andersson, de meest waarschijnlijke moordenaar van Palme, schrik je haast van de parallellen.

  • Ausonius en Andersson waren in elk opzicht einzelgängers. Ze leefden alleen, zonder partner of kinderen, hadden vast werk noch vast adres, en leken onzichtbaar voor hun omgeving.
  • Ze konden extreem agressief reageren op eerder alledaagse gebeurtenissen. Ausonius sloeg een parkeerwachter in elkaar omdat ze hem, geheel terecht, wilde bekeuren. Andersson trapte de hond van de buurvrouw en bedreigde haar met de dood omdat het beest deed wat honden doen: blaffen. Ausonius zocht in zijn jonge jaren hulp voor psychische problemen, kreeg autisme als diagnose en werd paranoïde genoemd. Andersson vertoonde sterk paranoïde gedrag en is als borderliner omschreven.
  • Ze hadden een moeizame relatie met hun familie. Ausonius kwam uit een gescheurd gezin, had een alcoholist als vader, en kwam slecht overeen met zijn moeder en broer. Over de familie van Andersson zijn weinig details bekend, maar wel dat de verhoudingen gecompliceerd waren. De (buitenlandse) ex-vrouw van zijn broer zou het alibi van Christer voor de moord op Palme onderuit hebben gehaald.

Succesvol in zaken

  • In de jaren tachtig maakten Ausonius en Andersson, los van elkaar, een fortuin op de beurs. In korte tijd verdienden ze, geholpen door een initiële toevalstreffer, kapitalen met handel in aandelen. Maar allebei raakten ze het geld in no time kwijt, Andersson doordat hij grote risico’s nam bij het speculeren en alles verloor door de Stockholmse beurscrash van 27 februari 1986, de gokverslaafde Ausonius omdat hij op grote voet leefde en zijn geld verspeelde in casino’s.
  • De moord op Palme vond de dag na de beurscrash plaats. De aandelenhandel stuikte in elkaar nadat de regering-Palme een btw-verhoging aankondigde. Andersson was ineens geruïneerd: de trigger die van hem een moordenaar kan hebben gemaakt. Ausonius begon aan zijn Laserman-loopbaan nadat ook hij zakelijk alles had verloren en aan de rand van de afgrond stond. Migranten stonden bij hem symbool voor de mislukking van zijn eigen leven.
  • Ausonius en Andersson woonden allebei in het Stockholmse stadsdeel Vasastan, op adressen die slechts enkele minuten loopafstand van elkaar lagen. Niet gelijktijdig overigens; er is geen reden om te veronderstellen dat ze mekaar kenden. Vasastan, aan de noordkant van het Stockholmse centrum, is een rustige wijk waar vooral de middenklasse zich thuisvoelt.
  • De Grand. Ausonius werkte er, Andersson passeerde er geregeld op zijn vele wandelingen door de stad. Het is waarschijnlijk dat hij op 28 februari 1986 Palme bij toeval zag aan de entree van de bioscoop en toen besloot hem te doden.
  • Ausonius en Andersson vertoonden zelfs fysieke gelijkenissen. Allebei donkerharig, met doordringende ogen, en consequent strak in het pak. Terwijl zijn broer als kleurrijk uitgedoste hippie door het huis wandelde, versleet Ausonius als tiener witte overhemden en stropdassen. Andersson droeg nog zelfs een kostuum toen hij jaren later midden in de bossen woonde.

Hoe de politie ze vond

  • Vasastan, waar Christer Andersson woonde in 1986.

    Ze kwamen allebei in beeld van de politie omdat ze niet reageerden op een oproep van de recherche. Ausonius was de enige die zich niet meldde toen de politie alle huurders van een Nissan Micra natrok. Andersson was de enige bezitter van een Smith & Wesson .357 Magnum die zijn wapen niet inleverde voor een proefschot.

  • Beide mannen maakten zich moeilijk vindbaar voor de politie door zich in te schrijven op adressen waar ze niet woonden. Ausonius bewoonde in werkelijkheid een appartement van een jeugdvriend die in het buitenland verbleef, Andersson verstopte zich in het vakantiehuis van zijn moeder.
  • Ausonius en Andersson maakten er geen geheim van Olof Palme te haten. Ausonius had een pesthekel aan alles wat links was. Hij moest onbedaarlijk lachen toen hij hoorde dat Palme was vermoord. Andersson schoot enige tijd daarvoor een kogel door zijn televisie op een moment dat de premier in beeld kwam. Hij gaf toe “niet tot zijn fanclub” te behoren.
  • Ausonius en Andersson hielden van vuurwapens. Ausonius genoot van zijn legerdienst, al werd hij daaruit verwijderd vanwege zijn driftbuien, en Andersson zat bij een schietvereniging, waar men hem een zonderling vond. Allebei gebruikten ze revolvers van het merk Smith & Wesson.
  • Het rechercheteam dat op de Laserman joeg liet een daderprofiel opstellen onder leiding van psychiater Ulf Åsgård en commissaris Jan Olsson. Ausonius bleek later perfect in het plaatje te passen. Dezelfde profilers maakten nadien een profiel van de vermoedelijke moordenaar van Olof Palme. Christer Andersson kenden ze op dat moment niet, maar bleek achteraf een uitstekende match. Åsgård is ervan overtuigd dat Andersson de moordenaar van Palme is.

De geschiedenis herhaalt zich. En ook dat deed ze twee maal.

  • Malmö kreeg zijn eigen Laserman. In 2009 en 2010 had een onbekende schutter het in de Zuid-Zweedse stad voorzien op migranten. De aanslagen leken regelrecht ontleend aan het repertoire van de Laserman. De dader bleek ene Peter Mangs, een werkloze wapenfreak met extreemrechtse opvattingen. Hij werd veroordeeld voor twee moorden, vier pogingen tot moord, bedreiging en mishandeling.
  • Olof Palme’s kroonprinses Anna Lindh werd in 2003 vermoord toen ze aan het shoppen was in NK, het deftigste warenhuis van Stockholm. De dader was Mijailo Mijailović, een psychiatrische patiënt die politici zag als symbool voor wat er misliep in zijn eigen leven. Hij kwam Lindh bij toeval tegen op straat en besloot haar te vermoorden.

Boeken

Journalist Gellert Tamas schreef, met medewerking van Ausonius, een gelauwerd boek over de aanslagen van de Laserman. De Laserman is ook in het Nederlands verkrijgbaar en een aanrader, niet in de laatste plaats omdat het de misdaden van Ausonius in een politieke context plaatst. De Zweedse televisie gebruikte het boek als uitgangspunt voor een spannende dramaserie, Lasermannen. In het huidige politieke klimaat hebben zowel serie als boek helaas weinig van hun actualiteitswaarde verloren.

Christer Andersson beroofde zich in 2008 van het leven. Mijn boek over de moord op Olof Palme gaat uitgebreid in op de verdenkingen tegen hem. De politie zoekt nog altijd naar het wapen dat hij bezat op de dag van de moord.

 

Reacties

reacties