De Moord op Olof Palme

Olof Palme en de Bende van Nijvel

Twee moordmysteries vieren binnenkort hun dertigste verjaardag. Op 28 februari 2016 is het drie decennia geleden dat de moord op Olof Palme werd gepleegd. Iets eerder, 9 november 2015, is het dertig jaar sinds de Bende van Nijvel haar laatste misdrijf pleegde, voor zover bekend althans. De daders zijn in beide gevallen nooit gepakt. De misdrijven zijn zelfs met elkaar in verband gebracht, bijvoorbeeld in een nieuw boek van de Zweedse journalist Gunnar Wall.

Op 7 maart 1986, een week na de dood van Palme, meldde de secretaris van de Zweedse ambassade in Brussel zich bij het politieteam in Stockholm. Hij liet weten dat hij in contact stond met een tipgever van de Belgische politie. Die informant zou in november 1985 hebben gesproken met een zekere Jean-Claude, een voormalige soldaat van het vreemdelingenlegioen. De Zweedse recherchebaas Tommy Lindström, in eigen land een levende legende onder vakgenoten, zou hem later omschrijven als een “beroepsmoordenaar”.

Volgens de tipgever had Jean-Claude de leiding in een aantal hold-ups op warenhuizen; de Bende van Nijvel was gespecialiseerd in bloedige overvallen op supermarkten. Deze zware jongen zou zich rond het tijdstip van de moord op Palme in Zweden hebben bevonden met als opdracht om een Europees staatsman te doden. De enige Europese staatsman die in deze week het leven liet in Zweden was Olof Palme.

Davril of Darville?

Het verhaal ging dat Jean-Claude, die in Brazilië zou wonen, nooit zonder een .357 Magnum de straat op ging: hoogstwaarschijnlijk het type revolver waarmee Palme werd gedood. De tipgever wist dat Jean-Claude in verbinding stond met de Franse terreurgroep Action Directe en de Duitse RAF. Zijn activiteiten zouden worden gefinancierd door diamanthandel met onder meer Zuid-Afrika.

Het klonk fantasierijk maar in het begin van het onderzoek naar de moord op Palme was alle fantasie welkom. Veel sporen waren er immers niet. De speurders kregen een signalement van Jean-Claude. Hij was 40-45 jaar, 170-175 cm lang en had een stevig postuur. Tot zover zou hij met enige goede wil kunnen voldoen aan de beschrijvingen van de moordenaar van Palme. Maar volgens de tipgever zou Jean-Claude ook een bierbuik hebben, een baard dragen en blind zijn aan één oog. Dat strookte niet met het signalement van de man die de Zweedse premier doodde.

Bende van Nijvel en Olof Palme

Is er een verband tussen Sveavägen en deze juwelierszaak in Anderlues? Foto: Killersbrabant.be

De Zweedse onderzoeksleider Hans Holmér liet een onderzoek instellen. Daaruit kwam naar voren dat de man Davril met de achternaam zou heten. Dat kon (bijna) kloppen: in de marge van het onderzoek naar de Bende van Nijvel kwam een Jean-Claude Darville voor.

Van deze Darville is van alles beweerd. Zo zou hij een huurling zijn uit Ukkel die te boek stond als wapenhandelaar, schijnbaar een plantage in Brazilië bezat en contacten had in Congo en Zuid-Afrika.  Toen Palme werd vermoord was Jean-Claude 39 jaar oud. De man werd ervan verdacht in 1983 samen met enkele anderen de bloedige overval te hebben gepleegd op een juweliersechtpaar in Anderlues, een misdrijf dat aan de Bende van Nijvel is toegeschreven. Jean-Claude zou ook nog eens een oom of neef zijn van Robert Darville, de wapenleverancier van de beruchte gangster Patrick Haemers.

Fantasiefiguur?

We weten niet wat er met deze informatie is gedaan. Voor zover bekend is Darville nooit aan de tand gevoeld door de Palme-speurders. Sterker nog, Hans Holmér hield het erop dat Davril een “fantasiefiguur” was, zoals hij de man noemde in zijn memoires.

Nu, als Davril dezelfde was als Darville, dan was hij geen fantasiefiguur. Maar waarom iemand die Palme wilde vermoorden, een moordenaar uit Brussel zou laten overkomen, is een raadsel. Althans, afhankelijk van wie je het vraagt: er zijn aanhangers van samenzweringstheorieën die menen dat Palmes dood precies zoals de daden van de Bende van Nijvel kaderde binnen de “strategie van de spanning”. Daarmee worden terreurdaden, sabotageacties en campagnes van desinformatie bedoeld die geheime diensten zouden plegen om het politieke klimaat te beïnvloeden.

De term “strategie van de spanning” komt uit een document dat ooit is gepresenteerd als een “geheime” bijlage van het Amerikaanse legerhandboek, maar waarvan de authenticiteit ernstig wordt betwijfeld. De VS zeggen dat het document in kwestie is gefabriceerd en de beschuldigende vinger wijst richting Sovjet-Unie. Dat kan best klopppen: de Russen waren (en zijn) nu eenmaal grootmeesters in het verzinnen en verspreiden van desinformatie.

Niettemin is deze “strategie” een eigen leven gaan leiden en menen complotfanatici dat de CIA de methodes herhaaldelijk in praktijk heeft gebracht in samenwerking met onder anderen de Mossad en wapenhandelaars.

De Zweedse journalist Gunnar Wall weidt in zijn nieuwe boek Konspiration Olof Palme enkele bladzijden aan de Bende van Nijvel dat hij als een mogelijk project van de Belgische Gladio-afdeling ziet, al lijkt zijn enige bron voor deze opvatting een oude tv-documentaire te zijn. Ook de moord op Palme was volgens hem het werk van een “stay behind-netwerk”. Met Gladio en stay behind worden paramilitaire organisaties bedoeld die in tijden van bezetting voor sabotageacties moesten zorgen en die van allerlei misdrijven zijn beticht, zonder er ooit voor te zijn veroordeeld.

Palme en de CIA

Is het denkbaar dat de moord op de Zweedse premier onderdeel was van een strategie van de spanning en/of het werk van een stay behind-netwerk?

Er moet dan wel een motief zijn. Olof Palme was een controversieel politicus. Hij uitte in de jaren zeventig felle kritiek op het Amerikaanse optreden in Vietnam, had goede banden met leiders van communistische landen, was tegen kernwapens in Noord-Europa en vond dat de Zweedse defensiepolitiek onafhankelijk moest blijven.

Toch was Palmes relatie met de Amerikanen niet zo slecht als vaak gedacht wordt. Achter de schermen werkten zowel de Zweedse geheime dienst als het Zweedse leger gewoon samen met de Amerikanen en Palme maakte er geen geheim van dat hij van de Verenigde Staten hield; hij had er in zijn jonge jaren gestudeerd en rondgereisd. Boze tongen beweren zelfs dat hij een spion was van de CIA die zijn relatie met communistische leiders gebruikte om informatie te verwerven.

De vrees dat hij van Zweden een satellietstaat van de Sovjet-Unie wilde maken, was schromelijk overdreven en de Amerikanen waren slim genoeg om dat te weten.

Het ligt voor de hand dat een intense haat, aangewakkerd door Palmes eigengereide optreden en beleid, aan de oorsprong van de moord lag. Maar Palmes politieke macht had beperkingen en het is de vraag of de Amerikanen werkelijk wakker van hem lagen. Ze vonden hem lastig, dat is zeker, maar er is meer nodig dan “lastig” om iemand dood te schieten.

De moord zou wel ontsproten kunnen zijn aan het brein van een oerconservatieve landelijke groep, zoals de Zweedse stay behind-tak Arla Gryning. Mensen in die kringen ergerden zich ongetwijfeld al jaren aan Palmes grote mond. Maar dat de opdracht tot de moord uit Washington kwam, is onwaarschijnlijk.

Andere opdrachtgevers?

Hoe zat het dan met de RAF of Action Directe? De tipgever uit Brussel beweerde dat Jean-Claude daar banden mee had. Maar welke motieven deze linkse terreurgroepen zouden hebben om Palme te doden, is niet duidelijk. Palme verafschuwde terreur, maar terroristen hadden in Europa ergere vijanden. Ze hadden met deze moord niets te winnen.

Werkte Jean-Claude dan misschien voor Zuid-Afrika? Het is meerdere malen geopperd dat het apartheidsregime in Zuid-Afrika achter de moord stak en Jean-Claude zou volgens de tip betaald zijn via de diamanthandel met de Zuid-Afrikanen. Was Palme een bedreiging voor het regime? Hij steunde de oppositie financieel. Maar zou Zuid-Afrika, een land dat zelf beschikte over koelbloedige en ervaren beroepskillers, een louche type uit Brussel naar Stockholm sturen om de klus te klaren? Om nog te zwijgen over het feit dat de Zuid-Afrikaanse leiders hun onbetwist grootste vijand, Nelson Mandela, gewoon in leven lieten.

Maar het belangrijkste wat tegen een huurmoordenaar spreekt, is wel de modus operandi van de moordenaar van Palme. Een professional zou de gewoonten van de premier in kaart hebben gebracht en daardoor hebben geweten dat hij de premier het veiligst thuis of vlakbij huis kon doden. Palme had in en rond zijn woning nooit bodyguards en het was er veel rustiger dan langs de altijd drukke Sveavägen waar hij werd doodgeschoten. Wie zo’n risico’s nam als de moordenaar van Palme, kon nauwelijks een beroeps zijn.

Had Jean-Claude iets te maken met de Bende van Nijvel? Misschien. Maar het is niet geloofwaardig dat deze “huurmoordenaar” de moord op Palme op zijn geweten had. Men kan onderzoeksleider Holmér veel verwijten, maar met die conclusie zat hij waarschijnlijk toch goed.

Reacties

reacties