De Moord op Olof Palme

Palme-moordverdachte bezat de juiste munitie

Kranten suggereren wereldwijd dat Stieg Larsson de moord op Olof Palme vanuit zijn graf heeft opgelost, en dat de dader banden had met Zuid-Afrika en extreemrechts. Maar ondertussen duikt er een tot dusver onbekend element op dat opnieuw wijst richting Christer Andersson. De vroegere beursspeculant bleek precies dat type munitie te bezitten dat de moordenaar van Palme gebruikte.

Stieg Larsson, schrijver van de Millennium-thrillerreeks, vermoedde eind jaren tachtig dat de moord op Palme het werk was van Zuid-Afrika. De Zweedse auteur Jan Stocklassa borduurt voort op die oude theorie in het boek Stieg Larssons Erfenis dat najaar 2018 verscheen. Zoals ik in dit lange artikel uiteenzette, is noch het boek, noch de hypothese geloofwaardig. De media sprongen er wel op als gekken. Ongetwijfeld vanwege de Stieg Larsson-link. Die naam staat immers borg voor hoge oplagecijfers en werd door Stocklassa handig gebruikt c.q. misbruikt. En omdat de meeste journalisten van tegenwoordig nauwelijks iets weten over de moord op de Zweedse premier slikken ze alles als zoete koek.

Rechercheur met 32 jaar ervaring

Krant van 3 maart 1986. De dader gebruikte een dergelijke revolver en munitie.

Vergeet Jan Stocklassa. Veel interessanter is wat politieman Lennart Gustafsson onlangs vertelde in een podcast van de Zweedse journalist Hasse Aro. Gustafsson is de enige rechercheur die 32 jaar lang onafgebroken aan het moordonderzoek werkte, tot onlangs aan zijn pensioen. Haast niemand kent het dossier zo goed als hij.

Voor hem is Christer Andersson de meest waarschijnlijke dader. Die mening deelt hij met de gerespecteerde profiler Ulf Åsgård en de Amerikaanse kenner van politieke moorden, James W. Clarke. Christer Andersson was een beursspeculant en wedstrijdschutter die in de jaren negentig in beeld kwam van de politie en sindsdien, grotendeels buiten het zicht van de media, als hoofdverdachte geldt. De man pleegde in 2008 zelfmoord. In mijn boek over de moord op Olof Palme ga ik uitgebreid in op Andersson.

Andersson wekte de belangstelling omdat hij een Smith & Wesson-revolver bezat van hetzelfde type als de moordenaar hanteerde. Na de moord werden alle legale exemplaren van dat type revolver in de regio Stockholm gecontroleerd. Behalve een: de .357 Magnum van Andersson. Toen de man daar, acht jaar de moord, over werd ondervraagd, beweerde hij de revolver illegaal te hebben verkocht aan een drugshandelaar. De politie vond die verklaring niet geloofwaardig.

Andersson bezat metal piercing-kogels

Tegenover Hasse Aro komt Gustafsson nu met een aanwijzing die tot dusver onbekend was. De politie wist, vertelt Gustafsson, dat de schietclub waarvan Christer lid was in het begin van de jaren tachtig metal piercing-patronen had verkocht. Dat is het type kogel waarmee Olof Palme werd gedood.

De recherche verbaasde zich destijds na de moord over de keuze voor deze munitie. Het ging namelijk om een bijzondere soort, ontworpen om metaal te doorboren. Die kon ook door een kogelvrij vest heen. Deze patronen van het merk Winchester waren maar vrij kort in Zweden verhandeld en werden al enkele jaren niet meer gefabriceerd.

Eind jaren negentig nam de voorzitter van de schietclub contact met de politie op, vertelt Gustafsson in de podcast. Uit een controle van oude logboeken bleek toen dat Andersson in de jaren tachtig vijf van zulke patronen had gekocht. Hij bezat dus niet alleen een revolver van het type dat Palme doodde, maar ook de bijpassende kogels. En dat laatste ontkende hij toen hij in 1999 werd geïnterviewd door de krant Aftonbladet. Hij had zulke kogels nooit gehad, beweerde hij toen stellig. Maar de logboeken van de schietclub vertellen een ander verhaal.

Zelf heb ik in 2015 gesproken met de voorzitter van de schietclub. Hij wilde helaas geen informatie geven over Andersson, omdat de politie hem dat verbood. “Alles wat met Christer en de moord te maken heeft, ligt erg gevoelig”, zei hij.

Zonderling die fabuleerde

Gustafsson omschrijft Andersson als een zonderling met bijna geen sociale contacten en slechts één belangstelling: de schietclub. Gustafsson was degene die Andersson in 1998 het laatst verhoorde. “Het was zo’n man waarvan je als politieman aanvoelde dat hij niet de waarheid sprak en geregeld zat te fabuleren.”

Christer Andersson woonde in 1986 in deze flat op loopafstand van de moordplaats.

Andersson woonde ten tijde van de moord op 28 februari 1986 op loopafstand van de plaats delict aan Sveavägen. “We wisten dat hij zich veel door de binnenstad bewoog, en vaak over Sveavägen richting Hötorget wandelde (plein nabij de moordplaats – MP). Hij bezocht geregeld een café recht tegenover de plaats delict. Daar was hij volgens de bedrijfsleider een stamgast. Hij las dan de krant en keek uit het raam, diverse keren per week, jarenlang.”

Een detail dat nog opmerkelijker wordt als je bedenkt dat Andersson korte tijd na de moord Stockholm verliet en in een kleinere plaats ten zuiden van de hoofdstad ging wonen. Met het openbaar vervoer – Andersson bezat geen auto – betekende dat telkens een reis van drie kwartier heen en terug. Voor een kop koffie en een uitzicht.

Geen alibi

Andersson had voor de moordnacht geen alibi. Eerst beweerde hij ziek te zijn geweest, maar dat bleek niet te kloppen. Wel gaf hij grif toe een hekel te hebben aan Palme. En een motief had hij ook. Rond 1980 won Andersson meer dan een miljoen kronen, volgens Gustafsson met gokken op paardenrennen. Dat geld investeerde Andersson aan de beurs. Eerst ging dat goed. Hij stopte zelfs met werken. Hij verloor echter zijn hele fortuin door de val van de aandelenkoersen op de dag voor de moord op Olof Palme. De koersdaling was het resultaat van een btw-verhoging op effectenhandel, en voor die maatregel was Palme verantwoordelijk.

Omdat de revolver spoorloos was, ontbrak materieel bewijs om de man aan te houden. “We hebben veel energie in Christer gestoken, maar we kwamen op een gegeven moment niet verder, ook omdat hij zo’n beperkte kennissenkring had”, zegt Gustafsson in de podcast. “Ik denk dat hij de revolver heeft weggesmeten, in de zee, of ergens anders. Maar niet dat hij hem verkocht heeft.”

Zelfmoord met de politie voor de deur

Gustafsson vindt het vreemd dat de media weinig aandacht aan Andersson hebben besteed. In het begin was dat niet zo raar, omdat de recherche de verdenkingen bewust stilhield. In 1999 dook Andersson onder de codenaam GH op in het rapport van de parlementaire commissie die het moordonderzoek doorlichtte. Het was ook het commissierapport waarin ik Andersson voor het eerst tegenkwam.

De krant Aftonbladet had in 1999 een geanonimiseerd interview met hem, waarin hij alle verdenkingen van zich afwierp en ook het bezit van de juiste munitie ontkende. Jaren later ontdekte de Deense schrijver Paul Smith dat de zonderlinge wedstrijdschutter zich in 2008 van het leven had beroofd, precies op het moment dat de politie hem sommeerde de voordeur van zijn appartement te openen. Smith onthulde ook de naam achter GH, maar zijn boek daarover kreeg in Zweden nauwelijks media-aandacht.

Andersson wist niet waarom de politie in 2008 bij hem aanklopte. Met de moord op Palme had het niets te maken. De agenten wilden slechts poolshoogte nemen na een bezorgd telefoontje van de broer van Christer. Tegen hem zei Andersson kort daarvoor dat hij levensmoe was. De politie heeft nadien bij twee gelegenheden, het laatst in 2016, via de media bekendgemaakt naar de revolver van Andersson te zoeken.

Motief, gelegenheid, wapen… en munitie

Christer Andersson had een motief, de gelegenheid en een geschikt wapen. En zoals nu blijkt, ook de kogels van het type dat Palme doodde. Er zijn daarnaast nog andere details die hem verdacht maken. Oud-rechercheur Gustafsson kan helemaal niets bedenken dat tegen de hypothese spreekt dat Andersson de Zweedse premier vermoordde. En na bijna 33 jaar moordonderzoek is Andersson de enige verdachte waarover niets gezegd kan worden dat hem mogelijk ontlast. Alle Stieg Larssons en Jan Stocklassas ten spijt.

Deel dit artikel