De Moord op Olof Palme

Wie is de moordenaar van Olof Palme?

Wie is de moordenaar van Olof Palme? Het is dé vraag die Zweden zich al dertig jaar stelt. In de krant Aftonbladet komt rechercheur Lennart Gustafsson met hetzelfde antwoord als ik in mijn boek 10 Redenen Waarom Zweden De Moord op Olof Palme Niet Oplost.

Christer AVergeet de Koerdische PKK, vergeet de draaideurcrimineel Christer Pettersson, vergeet de Zuid-Afrikanen, Gladio en alle complotten. De meest waarschijnlijke dader was Christer Andersson (dus niet Christer Pettersson). Andersson was een eenzaat met een nogal opvliegend karakter die daags voor de moord een bom geld verloor door een regeringsmaatregel. Hij was een bekwaam wedstrijdschutter die op het moment van de moord een revolver bezat van het type dat Palme doodde. Andersson overleed in 2008.

In mijn boek noem ik een hele serie aanwijzingen die erop duiden dat Christer Andersson zeer wel de moordenaar van Olof Palme kan zijn. Het onderzoek naar hem gebeurde buiten het beeld van de media. De Zweedse parlementaire enquêtecommissie die het moordonderzoek belichtte, noemde Andersson in 1999 in haar eindverslag. Daar kwam ik hem voor het eerst tegen, al werd hij in het commissierapport niet bij naam genoemd. Ook de Deense historicus en filosoof Paul Smith ontdekte hem in dat eindverslag. Hij beet zich vast in het spoor, deed eigen onderzoek en schreef er een boek over. Ook startte Smith een interessante website over A en de moord op Palme.

Hoewel Christer Andersson al bijna acht jaar dood is, rust er officieel nog steeds geheimhouding op een deel van het onderzoek naar hem. Dat merkte ik zelf toen ik research deed voor mijn boek. Mensen die Andersson persoonlijk kenden, wilden geen informatie over hem geven, omdat ze dat niet mochten van de politie, ondanks dat de man inmiddels dood is.

De revolver die Palme doodde?

Merkwaardig genoeg hebben de Zweedse media zelden belangstelling getoond voor dit spoor. Het is ze wellicht niet spectaculair genoeg. Maar in de aanloop naar de dertigste verjaardag van de moord kwam Expressen onlangs met een artikel erover en nu ook concurrent Aftonbladet. Die laat Lennart Gustafsson aan het woord. Dat is niet zomaar iemand. Gustafsson is de enige rechercheur die al vanaf het begin bij de zaak-Palme betrokken is. Al sinds 1986 zit hij erop. “Als je het mij vraagt na al die jaren in dit onderzoek, dan vind ik dit het meest interessante spoor.”

Het is de eerste keer dat een actieve Palme-speurder over Andersson in het openbaar praat, ook al vermeldt Aftonbladet niet diens naam. Christer Andersson werd in 1995 en 1998 diverse malen verhoord. De politie kwam hem op het spoor omdat hij zijn revolver niet had ingeleverd voor een proefschot, ondanks dat de politie hem hiertoe meerdere keren had opgeroepen. Anderssons bewering dat hij het wapen had verkocht aan een drugsdealer klonk ongeloofwaardig. Maar dat was hoegenaamd niet het enige wat tegen hem sprak. “Er zijn nog steeds onbeantwoorde vragen. Ik heb het laatste verhoor met hem gedaan en er waren details waar hij niet over wilde praten”, zegt Gustafsson in de krant.

Psychiater Ulf Åsgård geldt als pionier op het gebied van “profiling” in Zweden en stelde een daderprofiel van de moordenaar op. Hij herhaalt in Aftonbladet de stelling dat hij Andersson voor de meest waarschijnlijke dader houdt. In een uitzending van de Zweedse zender TV4 noemt hij hem “verdachte nummer 1 en daarna is er niemand”. Omdat er geen technische bewijzen waren tegen Andersson, is hij echter nooit in hechtenis genomen voor de moord. De politie zou hem wel tot aan zijn dood hebben gevolgd. Met dat overlijden was ook nog iets bijzonders aan de hand, zoals onder meer te lezen is in mijn boek.

Gustafsson zegt dat de politie nog altijd openstaat voor nieuwe informatie over Andersson en natuurlijk graag de verdwenen revolver wil vinden. “Het speelt geen rol dat degene die het wapen bezat, dood is.”

De moordenaar van Olof Palme is dus misschien bekend, maar of de moord op Palme ooit formeel wordt opgelost, blijft twijfelachtig. Een moeilijk verteerbare paradox.

Reacties

reacties