De Moord op Olof Palme

“Wilt u Olof Palme doodschieten?”

Een vrachtwagenchauffeur die de vraag kreeg om de Zweedse premier dood te schieten en een vroegere staatssecretaris die rept over een geheime politieactie op de fatale avond: de moord op Olof Palme zorgt deze week weer voor headlines in Zweden. Maar is het sop de kool wel waard?

De nieuwe “onthullingen” over de onopgeloste moord, nu bijna dertig jaar geleden, komen van Gunnar Wall. Deze Zweedse journalist heeft een nieuwe boek geschreven, Konspiration Olof Palme, dat morgen uitkomt. Het is de derde dikke pil die Wall over het onderwerp publiceert en hij geldt dan ook als een kenner, als het op de moord op Palme aankomt.

Wall heeft een serieuzere reputatie dan het uitdunnende legertje “privé-speurders” dat zich al drie decennia tussen de soep en de aardappelen met de “moord van de eeuw” bezighoudt. Wat Wall schrijft, wordt in Zweden ernstig genomen. Hij werkt dan ook als een magneet op eenieder die iets over de moord wil vertellen.

De chauffeur en de directeur

konspiration-olof-palmeIn het nieuwe boek vertelt hij over een vroegere vrachtwagenchauffeur en ondernemer uit het Noord-Zweedse Luleå. In de periode voor de moord had deze man een eigen transportbedrijf dat kantoor hield in een gebouw waar ook de politie en de Zweedse veiligheidsdienst Säpo onderkomens hadden. Hij raakte bevriend met een man die daar eveneens werkte en directeur was van een of andere firma. Een zonderling figuur schijnbaar, die van wapens hield en de indruk wekte betrokken te zijn bij geheimzinnige activiteiten van de politie.

Deze directeur maakte er geen geheim van dat hij Palme haatte. Hij vertelde de vrachtwagenchauffeur dat hij een lokaal zocht in de buurt van Palmes woning om de premier te kunnen schaduwen. Nadat hij naar verluidt een dergelijk lokaal had gevonden, vroeg hij de vrachtwagenchauffeur of hij de premier wilde doodschieten. Die weigerde en hoorde naderhand van de directeur dat iemand anders de klus zou klaren.

De vrachtwagenchauffeur zou kort na de moord de politie getipt hebben, maar of daar iets mee gebeurde, is onduidelijk. Pas in augustus 2014, 28 jaar later, volgde een echt verhoor. De “directeur” was toen al lang overleden.

Kunsthandelaars en zakenlui

Het is niet de eerste keer dat iemand voor krantenkoppen zorgt door te vertellen dat hij werd gevraagd om Palme te doden. Het gebeurde in de jaren negentig, toen een dubieuze kunsthandelaar zei een dergelijke vraag te hebben gehad van een louche type dat banden had met de Säpo. Het verhaal werd niet geloofd, mede omdat het louche type intussen dood was – iets wat nogal eens voorkomt bij ronselaars van Palme-moordenaars.

Twee jaar geleden vertelde een zakenman en wedstrijdschutter dat hij door een bevriende politieman was gevraagd of hij Palme wilde vermoorden. Dat zou zijn gebeurd tijdens een gezellig avondje in de herfst van 1985. Die politieman emigreerde kort na de moord naar Australië. Hij leefde nog wel en ontkende niet met de zakenman over Palme te hebben gesproken, maar deed het af als dronkenmanspraat. Er was die avond kennelijk veel gezopen en dan zeg je weleens rare dingen.

Walkie-talkies

Gunnar Wall komt in zijn nieuwe boek ook met een getuigenis van de vroegere staatssecretaris Ulf Dahlsten. Die voormalige medewerker van Palme vertelde Wall dat er op 28 februari 1986, de avond van de moord, een geheime politieactie was geweest in het centrum van Stockholm. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor de mysterieuze mannen met walkie-talkies die toen in Stockholm zouden zijn gezien. Wall onthult in zijn boek nog twee van zulke observaties, afkomstig van een inmiddels gepensioneerd echtpaar.

Tunnelgatan, waarlangs de dader verdween. Foto: Marc Pennartz

Tunnelgatan, waarlangs de dader verdween. Foto: Marc Pennartz

Over die walkie-talkies is in de Zweedse media jarenlang veel gespeculeerd. Er waren in de omgeving van Palmes woning maar ook nabij de plaats waar de premier het leven liet, meerdere figuren met communicatieapparatuur gezien. Mobiele telefoons bestonden toen nog niet. De meeste tips hierover kwamen er overigens pas nadat de politie het publiek had opgeroepen dit soort observaties te melden.

Een afdoende verklaring heeft de recherche nooit kunnen geven. Stig Edqvist, tussen 1997 en 2012 leider van de Palmegroep, heeft echter ooit gezegd dat er op 28 februari 1986 politiemensen in het centrum van Stockholm bezig waren met een drugsonderzoek. Het zou kunnen zijn dat Dahlsten hierop doelt. Ook de veiligheidsdienst Säpo zou die avond een bepaalde taak hebben gehad in Stockholm. Dat vertelde de eerste onderzoeksleider Hans Holmér ooit. Welke taak is nooit verklaard, wat de wenkbrauwen doet fronsen bij aanhangers van samenzweringstheorieën, aangezien er binnen de Säpo mensen waren met een uitgesproken aversie tegen de Zweedse premier.

Stay behind

Gunnar Wall ziet nu de contouren van het Zweedse stay behind-netwerk opdoemen. Hiermee wordt een geheime paramilitaire organisatie uit de Koude Oorlog genoemd die tot taak had sabotageacties uit te voeren in een eventuele bezettingstijd. Dergelijke netwerken, ook bekend onder de naam Gladio, waren er in veel Europese landen en zijn gelinkt aan tal van onopgeloste misdrijven en terreuracties, overigens zonder dat er keiharde bewijzen voor zulke koppelingen zijn.

Wall denkt nu dat de stay behind-groep uit de jaren tachtig achter de moord stak. De “directeur” uit Luleå past volgens hem in een dergelijk plaatje. De Zweedse stay behind-afdeling had connecties met de Säpo. Walkie-talkies zouden in dat scenario voor de communicatie met de dader hebben gezorgd en diens veilige aftocht hebben mogelijk gemaakt. Betrokkenheid van de Zweedse Gladio zou ook verklaren waarom de walkie-talkietips door de politie stiefmoederlijk zouden zijn behandeld en waarom er over een politieactie op die avond in het dossier werd gezwegen.

De toenmalige Zweedse stay behind-chef heeft intussen, niet verrassend, elke betrokkenheid van zijn netwerk ontkend.

Wall en de modderfiguren

Het is voor het eerst dat Gunnar Wall zich zo openlijk uitspreekt voor een bepaalde hypothese. Voorheen leek hij zich voor meerdere oplossingen open te stellen. Helaas doet het zijn reputatie als “serieuze” Palme-speurder geen deugd. Er is immers veel dat tegen een samenzwering spreekt.

Olof Palme bracht het grootste deel van zijn vrije tijd zonder bodyguards door. Iets wat iedereen bij de Säpo wist, want die regelde zijn bewaking. Het was, voor mensen met banden binnen de veiligheidsdienst en politie, volstrekt onnodig om Palme uitgebreid te schaduwen, laat staan om daarvoor een lokaal te huren. Men hoefde slechts Palmes agenda te raadplegen om te weten wanneer hij niet werkte en die agenda was zo goed als openbaar.

Samenzweerders met enige kennis van zaken zouden Palme ook niet langs de drukste verkeersader van centraal Stockholm hebben gedood, maar veeleer thuis, in zijn onbewaakte appartement dat lag aan een ’s avonds doodkalme en autovrije straat. En als er werkelijk stay behind-kerels achter de moord zaten, dan hadden ze met hun opzichtige walkie-talkies een absoluut modderfiguur geslagen, gezien al die argeloze voorbijgangers die hen aan het werk hadden gezien. Zo amateuristisch konden ze toch niet zijn!

Wall meent dat zijn onthullingen ons dichter bij de waarheid brengen. Maar in werkelijkheid zijn het geen onthullingen. Integendeel, ze verdikken veeleer het rookgordijn dat naar de echte dader leidt. Maar ze leveren wel weer een spannend boek op.

Reacties

reacties