De Moord op Olof Palme

Zweden ontmaskert alweer een moordenaar van Olof Palme

De Zweedse media geloven opnieuw de moordenaar van Olof Palme te kennen: Stig Engström, een man die tot dusver alleen als getuige van de moord te boek stond. Maar hoe serieus is het spoor? Het lijkt nog maar eens een slag in de lucht. Alleen, hoe zit het met die revolvers?

Politiefoto van Stig Engström uit 1986.

Op de avond van 28 februari 1986 was Engström, destijds 52 jaar, aan het werk in het gebouw van verzekeraar Skandia in Stockholm. Engström, van beroep illustrator en grafisch vormgever, zou de dag erna op skivakantie gaan en wilde een reclamecampagne afronden. Om 23.20 uur verliet hij zijn kantoor. Een stempelklok en een bewaker waren getuigen. Engström zei nadien dat hij zuidwaarts wandelde in de richting van het metrostation en twee knallen hoorde. Op de hoek van het gebouw en de straat Tunnelgatan lag een zwaar bloedende man op de grond, met naast hem een hysterische vrouw: premier Olof Palme en zijn echtgenote Lisbeth.

Engström zou dus een van de eerste mensen zijn geweest op de plaats van de misdaad. Het Zweedse tijdschrift Filter beweert nu dat dit niet klopt. Voor Filter was hij geen getuige, maar de moordenaar. Twee jaar geleden kwam de schrijver Lars Larsson tot dezelfde conclusie in zijn boek Nationens Fiende. Dat was een eigenbeheeruitgave van een schrijver uit de provincie en werd daarom genegeerd door de Stockholmse kranten, maar Filter geniet enig respect, dus de boodschap werd dit keer wel opgepikt. De kranten Expressen en Aftonbladet, nooit verlegen om enige sensatie, schrijven zich sindsdien een ongeluk over Engström. En hij zal niks tegenspreken; Engström beroofde zich in 2000 van het leven, niet lang nadat zijn vrouw hem had verlaten.

Was hij wel op de plaats delict?

Er is altijd enige twijfel geweest over Engströms uitlatingen als getuige. Hij drong zichzelf op in de media, liet zich uitvoerig interviewen op tv en leek zichzelf een halve  heldenrol toe te bedelen. Volgens hem had hij de bloedende Palme op zijn rug gelegd en was hij de politie achterna gehold om te zeggen dat de dader een donkerblauwe jas droeg. Want dat zou Lisbeth Palme tegen hem hebben gezegd. Bovendien had Engström zelf een man in zo’n jas in Tunnelgatan gezien, al bleek dat achteraf een andere getuige te zijn. Het probleem met Engström was dat twee voorbijgangers die Palme eerste hulp probeerden te geven, zich de “Skandiaman” niet konden herinneren, en Lisbeth Palme heeft in verhoren nooit over hem gesproken. Ook de politie heeft, voor zover bekend, geen aantekeningen waaruit blijkt dat Engström op de plaats delict rondhing; het enige wat vaststaat is dat hij de dag erna de recherche belde. Dus, was hij er wel?

Filter kwam erachter dat Engström in de jaren vijftig een tijdje lid was van een schietclub en aan wedstrijden deelnam. Hij kon ooit met vuurwapens overweg. De “Skandiaman”, zoals de Zweden hem noemen, bleek ten tijde van de moord bevriend met een wapenverzamelaar die over eenzelfde wapen beschikte als de moordenaar van Palme. Engström was in de Stockholmse voorstad Täby ook nog eens gemeenteraadslid van de conservatieve partij Moderaterna, de gezworen vijanden van Olof Palme. En als klap op de vuurpijl kwam het (nogal vage) signalement van de dader in grote lijnen overeen met dat van Engström.

Twee revolvers onderzocht

Het tijdschrift beweert zelfs dat Engström sinds 2017 het “hoofdspoor” is van de Palmegroep, het politieteam dat de moord 32 jaar na dato nog steeds onderzoekt. Bij de Palmegroep houden ze echter de lippen stijf op elkaar. Onderzoeksleider Krister Petersson toont zich weliswaar optimistisch, maar dat doet hij al sinds zijn aantreden begin 2017. Wel interessant is dat de Palmegroep in de herfst van 2017 twee revolvers liet testen om te zien of een van de twee als moordwapen in aanmerking kwam. Waar die wapens vandaan komen, is geheim. Het rapport over die schiettest kregen de speurders in februari 2018. Wat daar in staat, wil niemand zeggen, maar een dikke week later opperde Petersson op de Zweedse tv te geloven dat de moord wordt opgelost.

Toch moeten de aantijgingen richting Engström met een korrel zout worden genomen. In de diverse verhoren die de politie in de periode na de moord met hem had, zitten toch enkele uitspraken die er sterk op wijzen dat Engström ter plaatse was, zelfs al heeft hij zijn eigen aandeel in de gebeurtenissen overdreven. Bovendien is de vraag hoe hij, als hij de moordenaar was, kon weten dat Palme precies om 23.21 uur langs het Skandiagebouw zou wandelen. De Zweedse premier en zijn vrouwen waren die avond naar de film geweest; voor zover bekend wist Palme tot tien minuten voor zijn dood zelf niet eens waar hij om 23.21 uur zou zijn. En is het niet ongeloofwaardig dat de Skandiaman een zwaar vuurwapen meesjouwde naar zijn werk en op weg naar huis spontaan zou besluiten de belangrijkste politicus van het land te vermoorden?

Hij was er wel!

Om het allemaal nog ingewikkelder te maken, heeft een andere getuige zich deze week bij Expressen gemeld met de mededeling dat hij Engström destijds wel op de plaats delict heeft gezien en zelfs even met hem sprak. In 1986 liet die getuige evenwel het tegenovergestelde optekenen. Ondertussen beweert Engströms ex-vrouw dat hij nog geen vlieg kon doodslaan. De dochter van de intussen gestorven wapenverzamelaar zegt op haar beurt dat Engström nooit belangstelling toonde voor de wapencollectie van haar vader, en dat de revolvers in 1986 veilig in een afgesloten kamer lagen.

Engström als moordenaar van Palme? Het nieuws doet ongetwijfeld kranten verkopen, maar het is tot nader order fake news.

Deel dit artikel