De Moord op Olof Palme

Waarom ik Christer A de vermoedelijke moordenaar van Olof Palme noem

De titel van mijn nieuwe boek De vermoedelijke moordenaar van Olof Palme verwijst naar Christer Andersson, ook wel Christer A of CA genoemd, maar even goed naar Stig Engström, de man die volgens justitie bovenaan het verdachtenlijstje staat. En als we toch bezig zijn, kan je zelfs Christer Pettersson in het rijtje scharen. Drie mannen die met elkaar gemeen hebben dat ze intussen dood zijn, waardoor een definitieve oplossing van de moordzaak hoogst onwaarschijnlijk is.

Christer A

Geanonimiseerde politiefoto van Christer A.

Christer Andersson speelt de hoofdrol in mijn boek over de moord op de Zweedse premier. De andere twee krijgen ook de nodige aandacht, maar minder, want Andersson is de voornaamste “kandidaat”. Met voorsprong. Of zoals misdaadanalist en psychiater Ulf Åsgård het uitdrukte: “Christer Andersson staat op 1 en daarna komt er niemand meer… Nou ja, misschien op 5.”

10 Redenen voor Christer Andersson

Waarom is dat zo? Ik som een aantal redenen op:

  1. De moordenaar gebruikte vrijwel zeker een magnumrevolver kaliber 357. Christer Andersson bezat de enige, op 28 februari 1986 (de dag van de moord) legaal in Stockholm aanwezige revolver van dit type die de politie nooit kon onderzoeken.
  2. Andersson gaf geen gehoor aan oproepen van de politie zich te melden. Nadien beweerde hij dat hij het wapen illegaal had verkocht. De politie vond zijn verhaal rond die wapenverkoop niet geloofwaardig.
  3. De moordenaar kende de omgeving waarin de moord werd gepleegd, oordeelden analisten. Andersson woonde op loopafstand van de plaats delict en gaf toe dat hij geregeld wandelde langs Sveavägen, de boulevard waarlangs Palme werd neergeschoten.
  4. Christer Andersson had geen alibi voor de moord. Hij zei ziek te zijn, maar een ander getuigenis sprak dit tegen.
  5. Christer Andersson haatte Olof Palme. Meerdere getuigen gaven dit aan en er was eerder een voorval met zijn revolver waaruit deze “Palmehaat” bleek. Andersson gaf toe geen vriend te zijn van Palme’s beleid. Als beursspeculant werd hij de dag voor de moord zwaar benadeeld door een koersval, veroorzaakt door de aankondiging van een nieuwe belastingmaatregel door de regering-Palme.
  6. De moordenaar was volgens specialisten een getrainde schutter. Andersson was meervoudig kampioen van de schietvereniging waarbij hij aangesloten was.
  7. Anderssons persoonlijkheid en leefwijze voldeden aan zowel het daderprofiel dat de Zweedse politie liet opstellen, de feedback van de FBI hierop, een commentaar van profiling-legende Robert Ressler én het profiel dat een Amerikaanse wetenschapper schetste van daders van politieke moorden.
  8. Het signalement van de moordenaar sloot naadloos aan op de beschrijving van Christer Andersson.
  9. Na de moord vertoonde Andersson “onderduikgedrag”. Hij vermeed contact met de buitenwereld, stopte tijdelijk met het beoefenen van zijn hobby en vertrok uit de binnenstad van Stockholm.
  10. Tijdens verhoren met de politie ontweek hij lastige vragen, was hij nooit bereidwillig om mee te werken en vertoonde hij paranoïde gedrag.

(meer…)

Nieuw boek: De vermoedelijke moordenaar van Olof Palme

Er komt een nieuw boek van mijn hand over de moord op Olof Palme, of beter: over een man die volgens familieleden minstens een keer op de Zweedse premier schoot. En mogelijk zelfs twee keer.

Andersson op geanonimiseerde politiefoto.

De titel luidt De vermoedelijke moordenaar van Olof Palme en het boek verschijnt, als alles goed gaat, in februari 2021. Hoofdpersoon is Christer Andersson, de vroegere beursspeculant die als voornaamste verdachte gold voor de moord op Palme totdat de focus rond 2017 werd verlegd naar Stig Engström, een man die lang als ooggetuige gold. In juni 2020 besloot de Zweedse hoofdaanklager Krister Petersson het onderzoek stop te zetten. De reden: Engström stierf in 2000 en kon dus niet meer verhoord worden.

Dossierstukken nu openbaar

Vier op de vijf Zweden zei daags na afsluiting van het onderzoek niet in Engströms schuld te geloven. Daar hadden ze goede redenen voor, zoals ik ook in mijn boek zal duidelijk maken. Zo bezat hij geen wapen, is het hoogst onzeker of hij wel de tijd had om de moord te plegen en beschikte hij twintig minuten na de moord over kennis die alleen een gewone getuige kon hebben en niet de dader.

Een positief neveneffect was wel dat iedereen sinds juni 2020 het recht heeft om stukken uit het onderzoeksdossier op te vragen. Openbaarheid van bestuur wordt in Zweden serieus genomen. Ik heb daarvan gretig gebruikgemaakt en zowat alles opgevraagd wat betrekking had op Christer Andersson. Daarnaast heb ik ook grote delen van het materiaal gezien dat de politie over Engström verzamelde.

Eerder al beschikte ik over alle stukken die deel uitmaakten van het gerechtelijk vooronderzoek tegen Christer Pettersson, de man die in 1989 veroordeeld en kort daarna in hoger beroep vrijgesproken werd voor de moord op Palme.

Andersson blijft de hoofdverdachte

Mijn conclusie was dat Christer Andersson nog steeds bovenaan de verdachtenlijst staat. Sterker nog, bovenop de aanwijzingen in zijn richting die ik al kende, kwam er uit de dossierstukken nog meer bezwarende informatie. Ook eigen research en die van enkele anderen leverde interessante gegevens op. (meer…)

“Christer Andersson bekende moord op Palme”

Voor de Zweedse politie is Stig Engström de meest waarschijnlijke moordenaar van Olof Palme. Toch kreeg het rechercheteam in augustus 2019 nog een tip die Christer Andersson aanwees als dader. Een vrouw die Andersson kende vertelde de politie dat Christer aan een neef zou hebben opgebiecht dat hij Palme vermoordde. De neef ontkent dat Christer dit zei, maar houdt hem wel voor de moordenaar. Dat blijkt uit stukken in het Palme-dossier.

Andersson bij een bushalte, op een geanonimiseerde politiefoto. De politie schaduwde hem in de jaren negentig.

De tipgever is een vrouw die ooit samenwoonde met Anderssons neef. Deze zou haar bij drie verschillende gelegenheden hebben gezegd dat Christer bekende de moord te hebben gepleegd. De eerste keer zou rond 2006 zijn geweest, twee jaar voordat Christer Andersson zich van het leven beroofde. Volgens de vrouw wilde de neef zelf niet de politie bellen.

De onderzoekers stapten na de tip naar Anderssons neef. De man zei dat zijn ex-vriendin het niet goed had begrepen. Christer zou de moord niet hebben bekend. Maar hij zei er zelf van overtuigd te zijn dat Christer de dader was. Dat baseerde de neef op de contacten die hij met hem had tot aan diens zelfmoord. Christer Andersson verafschuwde Palme, verklaarde de man, en zou ook “zijn wapen” aan de neef hebben getoond. Dat Christer een jaar na de moord uit Stockholm verhuisde versterkte zijn vermoedens.

Het lijkt er niet op dat de politie de tip erg uitvoerig heeft onderzocht. Er waren in het najaar van 2019 twee gesprekken met zowel de man als de vrouw. De verslagen daarvan zouden op één A4 hebben gepast. Uit de stukken kan niet worden opgemaakt of Christer een wapen aan zijn neef toonde, zoals de vrouw beweert, en wanneer dat was. Dat zou nochtans heel interessant zijn, want Anderssons revolver is tot vandaag spoorloos en geldt als hét bewijsstuk dat hem ofwel aan de moord kan nagelen, ofwel vrijuit doet gaan.

Uit eerdere verhoren en informele getuigenissen blijkt dat de familie niet graag over hem spreekt. “Over sommige zaken praat je niet”, zei ook de neef. (meer…)

Het gezicht van de Palme-moordenaar?

Het onderzoek naar de moord op Olof Palme is officieel afgesloten. Een deel van het onderzoeksmateriaal is nu openbaar. En dus duikt er nu informatie op die eerder geheim was. Bijvoorbeeld deze compositiefoto. De man op het beeld zou weleens de moordenaar kunnen zijn. De “robotfoto” werd al in 1986 gemaakt na verklaringen van Olofs zoon Mårten Palme.

Even terug naar 28 februari 1986. Nadat Olof en Lisbeth Palme rond 23:10 uur de Grand-bioscoop in Stockholm verlieten, praatten ze buiten nog wat na met Mårten en diens vriendin. Een paar meter verderop stond op dat moment een nooit geïdentificeerde man in een verduisterde etalage te staren.

Mårten en zijn vriendin namen afscheid en passeerden de man. Die maakte vervolgens aanstalten om achter Olof en Lisbeth aan te gaan. Om 23:21 uur werd de Zweedse premier, zo’n driehonderd meter verder, doodgeschoten. De politie ging decennia lang uit van de theorie dat Olof achtervolgd en uiteindelijk gedood werd door de man die Mårten zag.

Beschrijving van Grandman

De speurders maakten een compositiefoto aan de hand van Mårten Palme’s beschrijving. Dat beeld (rechts) is nu voor het eerst te zien. Mårten sprak destijds van een ongeveer 40-jarige man van 1 meter 80. Hij was stevig gebouwd en had een vierkantig gezicht met dunne lippen. Mogelijk droeg hij een bril met een dun, goudkleurig montuur. De jas omschreef Mårten Palme als een donkerblauw nylonjack van een outdoortype, met zowel rechte als schuine zakken.

De man zou een donkere pet van een ongewoon model hebben gedragen, mogelijk met een oprolbare, gebreide flap. Hij droeg een donkere broek, wellicht een sjaal want zijn hals leek kort, en mogelijk iets wat op een schoudertasje leek.

Engström??

Mårten Palme heeft deze beschrijving kort na de moord enkele malen tegenover de politie herhaald. Toch sloot hij onlangs niet uit dat hij Stig Engström zag, de man die in juni 2020 door hoofdaanklager Krister Petersson tot eeuwige hoofdverdachte werd gebombardeerd. Dat is vreemd: Engström droeg een bril, maar past verder niet bij de beschrijving, en over die bril was Mårten onzeker. Hij was 52, had een vol en rond gezicht en droeg heel andere kleren. (meer…)

Moordverdachte mishandelt jonge treinreiziger

Station Flemingsberg, Huddinge. Foto: Mats Eriksson

Buiten vroor het twee graden, de lucht was vochtig en er stond er een stevig windje: woensdag 18 december 2002 was niet de meest aangename winterdag die Zweden ooit kende. Christer Andersson zal zich echter niet om het weer hebben bekommerd. Hij pleegde die dag een misdaad. Misschien zijn laatste, maar zeker niet zijn eerste.

Dat was niet gepland. Hij was gewoon moe. Christer kwam van zijn werk bij vrachtwagenfabrikant Scania in Södertälje Hamn, zat in de trein naar huis en wilde met rust gelaten worden. Hij ergerde zich aan vier jongens in dezelfde wagon. Christer Andersson, van wie haast niemand wist dat hij verdacht werd van de moord op Olof Palme, koelde zijn woede en sloeg een van de vier een blauw oog.

Een ferme vuist

De 18-jarige Robert was met zijn drie kameraden ingestapt in Södertälje en op weg naar Stockholm. Een van Roberts vrienden was een tikkeltje opgewonden en gooide een prop papier door de wagon. Die trof Andersson, die aan de andere kant van het gangpad zat. Waarna de Scania-medewerker, in politiekringen omschreven als “een beer”, opstond en Robert met zijn vuist op het linkeroog sloeg. Een andere jongen kreeg van hem een tik op zijn pet. Andersson riep dat de jongens de trein moesten verlaten en dat ze op moesten houden om hem te pesten. Even later stapte Christer eerder uit. (meer…)

“Oplossing” moordzaak-Palme: anticlimax en schandaal in een

Een anticlimax, een lachnummer, een bedroevende vertoning, een schandaal… Je kan veel zeggen over de persconferentie van hoofdaanklager Krister Petersson over de moord op Olof Palme, maar niets positiefs. Er is een man aangewezen als moordverdachte, enkel op basis van een persoonlijke interpretatie van 34 jaar oude getuigenverklaringen en een vaag signalement. Omdat Stig Engström sinds 2000 dood is, kan hij echter niet worden aangehouden. En dus gooit Petersson het bijltje erbij neer. Waarbij de hoofdaanklager ook nog eens meerdere getuigen negeerde wier verklaringen Stig Engström in een rechtbank vrij konden pleiten. En ondanks dat tal van vragen onbeantwoord blijven.

Pagina uit het politiedossier met foto’s van Engström.

Stig Engström, eerder op deze site opgevoerd als de Skandiaman, was ten tijde van de moord 52 jaar en werkte bij verzekeringsfirma Skandia. Palme werd op 28 februari 1986 doodgeschoten haast voor de deur van het kantoorgebouw van Skandia.

Engström werkte die avond over. Een dag later meldde hij zich bij de politie als getuige. Hij kwam kort na het verlaten van zijn kantoor aan op de moordplaats, zei Engström, en had geholpen om de stervende Palme in een andere houding te leggen. Ook zou hij de aandacht van de politie hebben proberen te trekken toen die arriveerde, en was hij achter agenten aangerend om ze te vertellen dat de dader een blauwe jack droeg.

Engström beweerde tegenover de politie te vrezen dat hij voor de dader werd aangezien, want hij beantwoordde zelf aan een van de (andere) signalementen die in de media circuleerden. Later zou Engström actief kranten en televisie opzoeken om zijn getuigenis te herhalen, waarbij hij klaagde over gebrek aan aandacht van de zijde van de politie.

Was Engström wel een getuige?

Het probleem is dat Engströms hulp bij de reanimatie door andere getuigen niet werd bevestigd. Ook politiemensen die er die nacht bij waren konden zich hem niet herinneren, zei aanklager Petersson. Dat heeft ook vroeger al heel wat wenkbrauwen doen fronsen. Dat Engström in de buurt was op het moment van de moord, was zeker. Dat bleek uit de stempelklok van Skandia. Maar als hij geen getuige was, was hij dan misschien de dader? Hij voldeed in elk geval aan een van de signalementen.

Eigenlijk is dat zowat alles waarop hoofdaanklager Petersson zich baseert. Ja, u leest het goed. Dat is zowat alles: twijfel over het waarheidsgehalte van Engströms verklaringen en een passend signalement. Overigens werden al in 1986 vraagtekens gezet bij Engström, maar destijds oordeelden de speurders dat verder onderzoek niet nodig was. In hun ogen was Engström een fantast. Iets waar Petersson tijdens de persbijeenkomst geen goede woorden voor had. (meer…)

Waarom was Palme-verdachte Andersson “een voltreffer”?

Hun rapport was jarenlang geheim: de analyse die twee directeuren van de Zweedse rekenkamer in 1996 maakten van het onderzoek naar de moord op Olof Palme. Zij noemden Christer Andersson een hoofdverdachte en een “absolute voltreffer” als het ging om het daderprofiel. Maar waarop baseerden ze deze conclusie? Ze maakten een handig overzicht van hun bevindingen. En dat staat hieronder.

Een getuige maakte deze tekening van de mogelijke dader.

Een getuige maakte deze tekening van de mogelijke dader.

Eerst even wat context. Het rapport van de revisoren Bo Sandberg en Christer Skogwik kwam er op verzoek van een parlementaire onderzoekscommissie. Die lichtte in de tweede helft van de jaren negentig het moorddossier door. Het leek de commissie goed om ook twee onafhankelijke analisten van buiten politie en politiek in te schakelen. Sandberg en Skogwik kwamen in december 1996 met hun 157 bladzijden tellende eindverslag.

Op dat moment deed de politie nog steeds onderzoek naar Christer Pettersson, hoewel eerder vrijgesproken voor de moord. Maar de speurders hadden, zonder dat de media erover berichtten, nog iemand in het vizier: Christer Andersson.  De directeuren van de Rekenkamer konden de stukken over hem inzien en vergelijken in hun verslag beide mannen als verdachten. Andersson wordt in het verslag XX genoemd.

De huidige openbare aanklager Krister Petersson (ja, bijna dezelfde naam) heeft de in 2004 overleden Christer Pettersson afgevoerd van het verdachtenlijstje. Intussen bleek dat het onderzoek tegen hem was gemanipuleerd. Daarom, en om het overzicht te bewaren, beperken we ons hier tot wat de revisoren schrijven over Christer Andersson. Die is nog wèl kandidaat om woensdag 10 juni door de Zweedse justitie als dader van de moord te worden aangewezen. Hoewel ook Andersson niet meer leeft: hij pleegde in 2008 zelfmoord.

Het woord is aan Sandberg en Skogwik. Dit schrijven ze over Christer Andersson alias XX in het vergelijkend overzicht. Het taalgebruik is wat cryptisch, maar hopelijk begrijpelijk. Soms heb ik ter verduidelijking een gecursiveerde aanvulling tussen haakjes gezet. (meer…)

Oplossing dank zij de dood van de weduwe Palme?

Zweden wacht op de oplossing van de moordzaak-Palme. Al 34 jaar. Voor 1 juli 2020 moet het zover zijn. Dan komt de openbare aanklager, Krister Petersson, met de oplossing, heeft hij beloofd. Waarschijnlijk kon hij daarmee al eerder komen. Maar er was een hindernis: de kroongetuige. Die moest eerst sterven.

Lisbeth en Olof Palme komen terug van de winkel. Foto: Bo Schreiber/Scanpix

Lisbeth Palme, de vrouw van premier Olof Palme, was erbij toen haar man op 28 februari 1986 werd doodgeschoten. Zelf liep ze een schampschot op. Bijna drie jaar na de moord herkende ze de dader in de licht ontvlambare vechtersbaas Christer Pettersson (niet te verwarren met aanklager Petersson). Die werd in 1989 veroordeeld, maar in hoger beroep vrijgesproken. Want concreet bewijs, buiten de identificatie, ontbrak. Achteraf bleek het hele onderzoek tegen Pettersson een knoeiboel te zijn geweest.

Lisbeth Palme veranderde echter nooit van mening. En dát was een serieus probleem voor justitie. De speurders moesten een andere verdachte vinden. Maar hoe konden ze iemand veroordeeld krijgen als Lisbeth Palme bleef volhouden dat Christer Pettersson op haar man had geschoten? Zij was de kroongetuige. En zij had de dader in de ogen gekeken, zei ze. Niemand anders.

Getuige dood: moordzaak opgelost

Meestal heeft justitie een kroongetuige nodig om een misdrijf op te lossen. Maar bij de moord op Olof Palme moest ze eerst wachten op de dood van de kroongetuige. Lisbeth Palme overleed, 87 jaar oud, op 18 oktober 2018. Dat heeft alles veranderd, suggereerde criminoloog Leif GW Persson afgelopen zondag op de Zweedse tv-zender TV4.

“Het was een probleem geweest als de kroongetuige nog had geleefd en men haar een andere dader dan Christer Pettersson had gepresenteerd”, zei Persson. “Had zij dan gezegd: nee, dat was niet hij, het was Christer Pettersson die Olof neerschoot, dan was dat problematisch geweest. Nu is dat uit de weg, want Lisbeth is dood.” (meer…)

DNA-onderzoek in moordzaak Palme

Het politieteam dat de moord op Olof Palme onderzoekt, heeft in maart enkele DNA-stalen voor analyse doorgestuurd naar het Zweeds forensisch laboratorium. Dat heeft de chef van de afdeling forensische genetica gemeld aan de krant Aftonbladet. Een maand eerder maakt openbaar aanklager Krister Petersson bekend voor 1 juli van dit jaar met een antwoord te komen op de vraag wie in 1986 Palme doodschoot.

Van wie de DNA-stalen afkomstig zijn, is vooralsnog geheim. Aftonbladet en een andere krant, Expressen, menen echter te weten dat het om DNA gaat van familieleden van Stig Engström. Deze zogenoemde Skandiaman meldde zich daags na afloop van de moord als getuige. Volgens sommige Zweedse journalisten geldt hij als de voornaamste verdachte van de moord. Anderen zijn daarvan minder overtuigd. Engström overleed in 2000.

DNA-sporen van getuige… of dader?

Als de speurders DNA-onderzoek doen, hebben ze iets om te vergelijken. Er is dus DNA beschikbaar van een getuige of zelfs de dader, iets wat tot dusver niet bekend was. In 1986 was DNA-onderzoek nog niet mogelijk. Wellicht zijn er met moderne technieken alsnog DNA-sporen gevonden op de kledij van Olof Palme. De dader zou Palme bij de schouder hebben vastgepakt. Ook kan het zijn dat het moordwapen is opgedoken, en dat daar DNA op zit, misschien van de schutter.

Mocht er inderdaad DNA van familie van Engström zijn opgevraagd, dan wil dit niet automatisch zeggen dat de Skandiaman de hoofdverdachte is. Engström beweerde destijds te hebben geholpen bij reanimatiepogingen van Palme. Als zijn DNA op de kleding van Palme zit, kan dit dus ook betekenen dat hij hierover altijd de waarheid heeft gesproken, iets wat in de media de laatste jaren sterk werd betwijfeld.

(meer…)

Moordwapen Palme gevonden?

In Zweden stijgt de spanning. Wie is de moordenaar van Olof Palme? Op die vraag komt nog voor de zomer een antwoord. Dat beloofde openbaar aanklager Krister Petersson kort voor de 34e verjaardag van de moord. Rechercheur Hans Melander bevestigde die uitspraak enkele dagen later. Na zo veel jaar een dader ontmaskeren is niet simpel. Daarvoor is er technisch bewijs nodig. Het lijkt erop dat de speurders het moordwapen hebben gevonden.

Door de jaren heen heeft de Palmegroep van de Zweedse politie honderden revolvers onderzocht. Als bleek dat die niet het moordwapen waren, keerden ze terug naar de eigenaar. Dat zou niet zijn gebeurd met twee wapens die in 2017 in handen kwamen van de politie. In beide gevallen gaat het, naar verluidt, om Smith & Wesson .357’s.

Uit een wapenverzameling?

Smith & Wesson .357 Magnum

Smith & Wesson .357 Magnum. Foto: Motohide Miwa

Journalisten in Zweden gaan ervan uit dat die twee revolvers in 1986 in bezit waren van een wapenverzamelaar. Deze intussen gestorven man was een kennis van Stig Engström, een grafisch ontwerper die in Zweden de Skandiaman wordt genoemd. Engström werkte vlakbij de plek van de moord in Stockholm. Hij meldde zich daags na het fatale schot op 28 februari 1986 als getuige. In de Zweedse media wordt hij echter nu als meest waarschijnlijke moordenaar opgevoerd.

Of de wapens uit die verzameling van die vriend komen wordt door de politie niet bevestigd. De Palmegroep houdt de lippen stijf op elkaar.

De krant Aftonbladet maakt nog melding van een andere revolver. Die zou in de zomer van 2019 zijn gevonden op een zolder in Spånga, een voorstad van Stockholm. Het is een onbevestigd gerucht. Wel is het zeker dat scholieren in Spånga in 2018 een vuurwapen vonden in een bosje bij hun school. Deelnemers aan een populair internetforum over de moord op Palme noemen dan weer een perceel aan de Kyrkväg in die plaats. Daar stond een huis dat vorig jaar werd afgebroken. Enkele jaren eerder zou daar al naar een wapen zijn gezocht.

“Al twee jaar niets gehoord”

Toch gaan velen ervan uit dat een van de twee wapens die in 2017 opdoken, het moordwapen is. Niet lang nadat ze waren onderzocht toonde aanklager Petersson zich al heel nadrukkelijk optimistisch. Over het resultaat van dat onderzoek zweeg hij in alle talen, maar de timing van zijn optimisme was opmerkelijk. In dezelfde periode pakte het tijdschrift Filter groot uit met verdenkingen tegen de Skandiaman. Dus werd het optimisme meteen gelinkt aan Engström en de verzamelaar.

Maar is dat wel geloofwaardig dat het om wapens van die verzamelaar gaat? Na de dood van de verzamelaar werd de collectie door diens dochter via een veilinghuis verkocht. Als de wapens die de Palmegroep in 2017/2018 onderzocht uit de collectie komen én aan de moord op Palme gelinkt zijn, is het wel merkwaardig dat de dochter al twee jaar niets meer van de speurders heeft gehoord. De dochter zegt dat ze de Palmegroep foto’s heeft laten zien van de verzameling van haar vader, maar zou daarna geen contact meer met ze hebben gehad. (meer…)

Translate »