De Moord op Olof Palme

Archief voor Auteur: Marc Pennartz

Schrijver, journalist en mångsysslare. Eigenaar van deze website.

Complottheorieën rond moord Olof Palme houden aan

Hij wilde de oplossing presenteren en een eind maken aan alle wilde speculaties. Maar hoofdaanklager Krister Petersson sloeg de plank mis toen hij in juni 2020 de zogeheten Skandiaman alias Stig Engström aanwees als hoofdverdachte van de moord op premier Olof Palme. De vele samenzweringstheorieën rond de moord lijken enkel populairder én driester geworden.

Krister Petersson, juni 2020.

Olof Palme werd op 28 februari 1986 vermoord op een straathoek in Stockholm, nadat hij terugkeerde van een avondje uit. Dat is de versie die we al 35 jaar horen, en die gestaafd wordt met een onderzoeksdossier dat een 250 meter lange boekenplank beslaat. Maar als je de diverse forums en Facebookgroepen afstruint, waarin (vooral) Zweden discussiëren over de meest geruchtmakende Zweedse moord aller tijden, kom je erachter dat intussen álles wat we erover weten in twijfel wordt getrokken.

Een bloemlezing uit het grote circus der drogredenen.

“Twee moordenaars!”

De opvatting dat er niet één dader, maar zelfs twee moordenaars waren, wordt door almaar meer mensen gedeeld. Ondanks dat alle ooggetuigen – toch een stuk of twintig mensen – maar één persoon hebben gezien. De redenering: in theorie kán het dat niet iedereen dezelfde persoon bedoelt. En dus kunnen het er ook twee zijn geweest, menen deze complotdenkers.

Bovendien: had weduwe Lisbeth Palme, die de aanslag overleefde, niet in het eerste verhoor, een uur na de moord, gesproken over twee mannen?

Dat klopt, maar dit is terug te voeren op een verkeerde interpretatie van haar ondervrager, en mogelijk ook de shocktoestand waarin ze zich bevond. Ze heeft daarna, nog op dezelfde dag en ook vele jaren later, enkel gesproken over één man die haar na de schoten van nabij aankeek. Diens kleding deed haar vaagweg denken aan een van twee mannen die ze eerder in haar straat had gezien. Over die twee had ze het in dat eerste verhoor. (meer…)

Palme-moordverdachte Christer poseert voor de camera

Even lijkt hij zijn leven weer op de rails te krijgen. Precies dan wordt deze foto gemaakt. Christer Andersson, verdacht van de moord op Olof Palme, poseert samen met een bekende voor het appartementsgebouw in Trångsund waar hij tot aan zijn dood zal wonen. We schrijven 7 april 2001.

Andersson is dan de grote onbekende onder de verdachten van de moord op de Zweedse premier. Hij zal dat nog lang blijven. Pas na zijn dood komt er steeds meer informatie boven water over deze zonderlinge figuur. En des te sterker zijn nu de aanwijzingen dat van alle verdachten eigenlijk alleen Christer in aanmerking komt als dader. Ik schrijf er een boek over dat begin 2021 verschijnt.

Hoe de man er bij leven en welzijn uitziet, blijft onduidelijk. Lange tijd circuleert er alleen een pasfoto uit 1992, onthuld door de Deense schrijver Paul Smith die ook ‘s mans naam bekendmaakt. In 2020 komen er enkele geanonimiseerde politiefoto’s bij. Later vindt een lid van een Zweeds internetforum in een archief een andere pasfoto, uit 1983.

Een beeld van zijn hele gestalte met herkenbaar gezicht en in wat meer alledaagse kledij ontbreekt echter. Tot nu. Iemand die hem persoonlijk heeft gekend, bezorgt mij deze foto. Zo zag Christer A eruit in 2001.

Het signalement

Compositietekening.

Andersson is 48 jaar op de foto. Een man met een forse gestalte, 185 of 186 cm groot. Een beer van een vent, zoals mensen hem omschrijven. Zulke bewoordingen lezen we ook in de signalementen van de moordenaar. En ook de zogeheten Grandman die Palme op de avond van de moord bespiedt, voldoet eraan. Vermoedelijk zijn de dader en die man een en dezelfde persoon.

De foto boven is weliswaar vijftien jaar na de moord genomen, maar familie en bekenden vertellen de speurders dat Christer na 1986 van uiterlijk niet wezenlijk is veranderd. Hij is enkel wat dikker geworden en vertoont verder de normale verouderingsverschijnselen.

Mårten Palme, de zoon van Olof Palme, beschrijft direct na de moord de Grandman. Een bokserkop, meent hij. De politie maakt een compositietekening, die tot 2020 geheim blijft. Ook aan dat beeld kan Andersson gekoppeld worden, zeker als we de vijftien jaar tussentijd in gedachten houden. Lisbeth Palme, die als enige de dader in de ogen kijkt, spreekt over een indringende blik, ronde jukbeenderen, een platte bovenlip, een korte hals, opgetrokken schouders en een wat bol bovenlijf.

Een leven op de rails

Als hij poseert voor bovenstaande foto staat Christer A al zes jaar op het verdachtenlijstje voor de moord op Palme. Maar veel kans op een arrestatie is er niet, en dat weet hij.

Een jaar eerder is hij nog verhoord, voor de negende keer. De belangstelling van de fervente gokker en voormalige beursspeculant voor de moord op Palme en de plaats delict is toch wel bijzonder, constateren de rechercheurs. Hij matcht voor bijna honderd procent met het daderprofiel. Zijn alibi rammelt en dat hij geen Palme-fan is, geeft hij grif toe.

Maar waar zijn revolver is, dat weet hij niet, houdt de vroegere wedstrijdschutter vol. En die revolver wil de politie graag hebben. Van alle legale Smith & Wessons die zich op de dag van de moord in Stockholm bevinden, is die van Andersson de enige die de speurders niet kunnen testen. Andersson zegt dat hij de revolver verkocht aan een crimineel, maar dat wil haast niemand geloven. (meer…)

Was de Palme-moordverdachte wel op de plaats delict?

Vooraanstaande rechercheurs en profilers zijn ervan overtuigd dat Christer Andersson hoofdverdachte nummer 1 is van de moord op Olof Palme, “en daarna komt er niemand”, zoals psychiater Ulf Åsgård het uitdrukte. Critici menen dat hij niet gekoppeld kan worden aan de plaats delict. Volgens de veelgeciteerde journalist Gunnar Wall is dat de zwakke plek in de theorie dat de failliete beursspeculant de trekker overhaalde.

Hoe zwak is die plek werkelijk?

Christer Andersson in 1982.

Olof Palme werd midden op straat doodgeschoten, na een bioscoopbezoek op vrijdagavond 28 februari 1986. De politie noteerde de namen van iedereen die op dat moment of kort erna op de plaats delict aanwezig was. Behalve van één persoon: de moordenaar.

Wall en medestanders wuiven het spoor-Andersson weg, omdat Christer niet is herkend als iemand die aanwezig was op de plek van de moord. Dat zou een sterk argument zijn als getuigen met Andersson waren geconfronteerd, hetzij in levenden lijve, hetzij via een foto of video. Maar… dat was nooit het geval. Geen enkele getuige is door de politie ooit gevraagd of hij of zij Andersson die avond had gezien. Het is nu te lang geleden om dit alsnog te doen.

Feitelijk kan je niet zeggen dat Andersson door geen enkele getuige is herkend, want daarvoor moet je een getuige eerst ernaar vragen. Hij was geen lokale beroemdheid waar mensen spontaan mee op de proppen komen. Er is ook niemand die zegt dat hij zeker niet op de dader leek.

De kans op een identificatie is enkel verkeken. Maar dat pleit Andersson niet vrij. Voor wat het waard is: politiemensen die hem wél troffen en familieleden van Christer, beweren dat hij perfect beantwoordde aan het signalement van de dader.

Rechts een foto van Christer Andersson uit 1982. Hierop draagt hij een bril. Andersson had ook contactlenzen. Een neef van Christer vertelde me dat hij hem vooral met lenzen zag. Sommige getuigen beweerden dat de onbekende man die Palme bij de bioscoop zou hebben bespied, een bril droeg. Er zijn er ook die bij deze man geen bril hadden waargenomen.

En precies deze Andersson leed aan nyctalopie: een aandoening waarbij je in het donker soms perfect zonder bril ziet, en op goed verlichte plaatsen weer een bril nodig hebt…

Hij was er wel

Overigens: je kan Andersson indirect wel aan de plaats delict koppelen. (meer…)

Palme, papa en ik: portret zonder verdachte

Palme, papa en ik: zo heet de documentaire die de Nederlandse VPRO op 2 maart uitzond. Daarin dook de Zweedse Signe Zeilich-Jensen in het verleden van haar in 1992 overleden vader Leif. Volgens een video op YouTube was hij mogelijk de moordenaar van Olof Palme.

Signe ging met haar man, de Nederlandse filmmaker Niek Koppen, op zoek naar het verhaal achter het gerucht. Was haar papa een moordenaar? Het uitgangspunt is voer voor een film, en die is best aardig om te zien, maar wie denkt een potentiële verdachte te leren kennen, komt van een koude kermis thuis.

De bron: een dubieus YouTube-kanaal

Uit de film Palme, papa en ik.

Ik heb begin vorig jaar eens op deze website geschreven over een gerucht dat op een zolder in de Stockholmse voorstad Spånga naar een revolver zou zijn gezocht. Dat verwees naar Leif Zeilich-Jensen. Zijn dochter werd begin 2020 gealarmeerd door Jonas Nyman, een Zweed die al jaren belangstelling heeft in de moordzaak en informatie erover verzamelt. Jonas maakte Signe attent op een interview met Maria, de laatste partner van Leif (niet Signes moeder). Zij beweerde dat hij de dag na de moord zijn snor, nochtans zijn visuele handelsmerk, had afgeschoren en iets op de zolder van hun huis zou hebben verborgen.

De video met dat interview, waarvan fragmenten in de documentaire te zien zijn, werd gemaakt door SwebbTV. Bij kritische Zweden zouden de alarmbellen dan afgaan. Dat gebeurde niet bij de Nederlandse VPRO. SwebbTV is een YouTube-kanaal dat aanleunt bij radicaal-rechts en gespecialiseerd is in het verspreiden van complottheorieën en paranoïde onzin. SwebbTV heeft ook met veel sérieux ruim baan gegeven aan een man die beweert dat Palme niet eens is vermoord, en dat alles daarrond een leugen is.

Wie was Leif Zeilich-Jensen?

Signe, die zelf op zeker moment het contact met haar vader had verbroken, probeert in de film zijn leven te ontrafelen. Yogaleraar Leif was een fantast en verhalenverteller, volgens velen, en een man die zich interesseerde voor religies, spirituele zaken en geheime genootschappen. Ook iemand die politiek flink gekant was tegen Palme. Signes moeder zei dat hij in de jaren zeventig twee vuurwapens in Duitsland had gekocht, een voor hem en een voor haar – zoals dat in een goed huwelijk hoort. (meer…)

Waarom Christer A de vermoedelijke moordenaar van Olof Palme is

De titel van mijn nieuwe boek De vermoedelijke moordenaar van Olof Palme verwijst naar Christer Andersson, ook wel Christer A of CA genoemd, maar even goed naar Stig Engström, de man die volgens justitie bovenaan het verdachtenlijstje staat. En als we toch bezig zijn, kan je zelfs Christer Pettersson in het rijtje scharen. Drie mannen die met elkaar gemeen hebben dat ze intussen dood zijn, waardoor een definitieve oplossing van de moordzaak hoogst onwaarschijnlijk is.

Christer A

Geanonimiseerde politiefoto van Christer A.

Christer Andersson speelt de hoofdrol in het boek. De andere twee krijgen ook de nodige aandacht, maar minder, want Andersson is de voornaamste “kandidaat”. Met voorsprong. Of zoals misdaadanalist en psychiater Ulf Åsgård het uitdrukte: “Christer Andersson staat op 1 en daarna komt er niemand meer… Nou ja, misschien op 5.”

12 Redenen voor Christer Andersson

Waarom is deze Christer de vermoedelijke moordenaar van Olof Palme? Een aantal redenen:

  1. De moordenaar gebruikte vrijwel zeker een magnumrevolver kaliber 357. Christer Andersson bezat de enige, op 28 februari 1986 (de dag van de moord) legaal in Stockholm aanwezige revolver van dit type die de politie nooit kon onderzoeken.
  2. Andersson gaf geen gehoor aan oproepen van de politie zich te melden met het wapen. Nadien beweerde hij dat hij de revolver illegaal had verkocht. De politie vond zijn verhaal rond die wapenverkoop niet geloofwaardig.
  3. De moordenaar kende de omgeving waarin de moord werd gepleegd, oordeelden analisten. Andersson woonde op loopafstand van de plaats delict en gaf toe dat hij geregeld wandelde langs Sveavägen, de boulevard waarlangs Palme werd neergeschoten.
  4. Christer Andersson had geen alibi voor de moord. Hij zei ziek te zijn, maar een ander getuigenis sprak dit tegen. Later beweerde hij enkel dat hij sliep.
  5. Christer Andersson haatte Olof Palme. Meerdere getuigen gaven dit aan en er was eerder een voorval met zijn revolver waaruit deze “Palmehaat” bleek. Andersson gaf toe geen vriend te zijn van Palme’s beleid. Als beursspeculant werd hij de dag voor de moord zwaar benadeeld door een koersval, veroorzaakt door de aankondiging van een nieuwe belastingmaatregel door de regering-Palme.
  6. De moordenaar was volgens specialisten een getrainde schutter. Andersson was meervoudig kampioen van de schietvereniging waarbij hij aangesloten was.
  7. Anderssons persoonlijkheid en leefwijze voldeden aan zowel het daderprofiel dat de Zweedse politie liet opstellen, de feedback van de FBI hierop, een commentaar van profiling-legende Robert Ressler én het profiel dat een Amerikaanse wetenschapper schetste van daders van politieke moorden.
  8. Het signalement van de moordenaar sloot naadloos aan op de beschrijving van Christer Andersson.
  9. Na de moord vertoonde Andersson “onderduikgedrag”. Hij vermeed contact met de buitenwereld, stopte tijdelijk met het beoefenen van zijn hobby en vertrok uit de binnenstad van Stockholm.
  10. Tijdens verhoren met de politie ontweek hij lastige vragen, was hij nooit bereidwillig om mee te werken en vertoonde hij paranoïde gedrag.
  11. Familieleden zagen in hem de moordenaar van Olof Palme en legden ongevraagd belastende verklaringen af tegenover de politie. Dit is bijzonder ongebruikelijk bij mensen die onschuldig zijn.
  12. De politie constateerde dat Andersson in het decennium na de moord een opmerkelijke belangstelling toonde voor de plaats delict.

(meer…)

Nieuw boek: De vermoedelijke moordenaar van Olof Palme

Er komt een nieuw boek van mijn hand over de moord op Olof Palme, of beter: over een man die volgens familieleden minstens een keer op de Zweedse premier schoot. En mogelijk zelfs twee keer.

Andersson op geanonimiseerde politiefoto.

De titel luidt De vermoedelijke moordenaar van Olof Palme en het boek verschijnt, als alles goed gaat, in februari 2021. Hoofdpersoon is Christer Andersson, de vroegere beursspeculant die als voornaamste verdachte gold voor de moord op Palme totdat de focus rond 2017 werd verlegd naar Stig Engström, een man die lang als ooggetuige gold. In juni 2020 besloot de Zweedse hoofdaanklager Krister Petersson het onderzoek stop te zetten. De reden: Engström stierf in 2000 en kon dus niet meer verhoord worden.

Dossierstukken nu openbaar

Vier op de vijf Zweden zei daags na afsluiting van het onderzoek niet in Engströms schuld te geloven. Daar hadden ze goede redenen voor, zoals ik ook in mijn boek zal duidelijk maken. Zo bezat hij geen wapen, is het hoogst onzeker of hij wel de tijd had om de moord te plegen en beschikte hij twintig minuten na de moord over kennis die alleen een gewone getuige kon hebben en niet de dader.

Een positief neveneffect was wel dat iedereen sinds juni 2020 het recht heeft om stukken uit het onderzoeksdossier op te vragen. Openbaarheid van bestuur wordt in Zweden serieus genomen. Ik heb daarvan gretig gebruikgemaakt en zowat alles opgevraagd wat betrekking had op Christer Andersson. Daarnaast heb ik ook grote delen van het materiaal gezien dat de politie over Engström verzamelde.

Eerder al beschikte ik over alle stukken die deel uitmaakten van het gerechtelijk vooronderzoek tegen Christer Pettersson, de man die in 1989 veroordeeld en kort daarna in hoger beroep vrijgesproken werd voor de moord op Palme.

Andersson blijft de hoofdverdachte

Mijn conclusie was dat Christer Andersson nog steeds bovenaan de verdachtenlijst staat. Sterker nog, bovenop de aanwijzingen in zijn richting die ik al kende, kwam er uit de dossierstukken nog meer bezwarende informatie. Ook eigen research en die van enkele anderen leverde interessante gegevens op. (meer…)

“Christer Andersson bekende moord op Palme”

Voor de Zweedse politie is Stig Engström de meest waarschijnlijke moordenaar van Olof Palme. Toch kreeg het rechercheteam in augustus 2019 nog een tip die Christer Andersson aanwees als dader. Een vrouw die Andersson kende vertelde de politie dat Christer aan een neef zou hebben opgebiecht dat hij Palme vermoordde. De neef ontkent dat Christer dit zei, maar houdt hem wel voor de moordenaar. Dat blijkt uit stukken in het Palme-dossier.

Andersson bij een bushalte, op een geanonimiseerde politiefoto. De politie schaduwde hem in de jaren negentig.

De tipgever is een vrouw die ooit samenwoonde met Anderssons neef. Deze zou haar bij drie verschillende gelegenheden hebben gezegd dat Christer bekende de moord te hebben gepleegd. De eerste keer zou rond 2006 zijn geweest, twee jaar voordat Christer Andersson zich van het leven beroofde. Volgens de vrouw wilde de neef zelf niet de politie bellen.

De onderzoekers stapten na de tip naar Anderssons neef. De man zei dat zijn ex-vriendin het niet goed had begrepen. Christer zou de moord niet hebben bekend. Maar hij zei er zelf van overtuigd te zijn dat Christer de dader was. Dat baseerde de neef op de contacten die hij met hem had tot aan diens zelfmoord. Christer Andersson verafschuwde Palme, verklaarde de man, en zou ook “zijn wapen” aan de neef hebben getoond. Dat Christer een jaar na de moord uit Stockholm verhuisde versterkte zijn vermoedens.

Het lijkt er niet op dat de politie de tip erg uitvoerig heeft onderzocht. Er waren in het najaar van 2019 twee gesprekken met zowel de man als de vrouw. De verslagen daarvan zouden op één A4 hebben gepast. Uit de stukken kan niet worden opgemaakt of Christer een wapen aan zijn neef toonde, zoals de vrouw beweert, en wanneer dat was. Dat zou nochtans heel interessant zijn, want Anderssons revolver is tot vandaag spoorloos en geldt als hét bewijsstuk dat hem ofwel aan de moord kan nagelen, ofwel vrijuit doet gaan.

Uit eerdere verhoren en informele getuigenissen blijkt dat de familie niet graag over hem spreekt. “Over sommige zaken praat je niet”, zei ook de neef. (meer…)

Het gezicht van de Palme-moordenaar?

Het onderzoek naar de moord op Olof Palme is officieel afgesloten. Een deel van het onderzoeksmateriaal is nu openbaar. En dus duikt er nu informatie op die eerder geheim was. Bijvoorbeeld deze compositiefoto. De man op het beeld zou weleens de moordenaar kunnen zijn. De “robotfoto” werd al in 1986 gemaakt na verklaringen van Olofs zoon Mårten Palme.

Even terug naar 28 februari 1986. Nadat Olof en Lisbeth Palme rond 23:10 uur de Grand-bioscoop in Stockholm verlieten, praatten ze buiten nog wat na met Mårten en diens vriendin. Een paar meter verderop stond op dat moment een nooit geïdentificeerde man in een verduisterde etalage te staren.

Mårten en zijn vriendin namen afscheid en passeerden de man. Die maakte vervolgens aanstalten om achter Olof en Lisbeth aan te gaan. Om 23:21 uur werd de Zweedse premier, zo’n driehonderd meter verder, doodgeschoten. De politie ging decennia lang uit van de theorie dat Olof achtervolgd en uiteindelijk gedood werd door de man die Mårten zag.

Beschrijving van Grandman

De speurders maakten een compositiefoto aan de hand van Mårten Palme’s beschrijving. Dat beeld (rechts) is nu voor het eerst te zien. Mårten sprak destijds van een ongeveer 40-jarige man van 1 meter 80. Hij was stevig gebouwd en had een vierkantig gezicht met dunne lippen. Mogelijk droeg hij een bril met een dun, goudkleurig montuur. De jas omschreef Mårten Palme als een donkerblauw nylonjack van een outdoortype, met zowel rechte als schuine zakken.

De man zou een donkere pet van een ongewoon model hebben gedragen, mogelijk met een oprolbare, gebreide flap. Hij droeg een donkere broek, wellicht een sjaal want zijn hals leek kort, en mogelijk iets wat op een schoudertasje leek.

Engström??

Mårten Palme heeft deze beschrijving kort na de moord enkele malen tegenover de politie herhaald. Toch sloot hij onlangs niet uit dat hij Stig Engström zag, de man die in juni 2020 door hoofdaanklager Krister Petersson tot eeuwige hoofdverdachte werd gebombardeerd. Dat is vreemd: Engström droeg een bril, maar past verder niet bij de beschrijving, en over die bril was Mårten onzeker. Hij was 52, had een vol en rond gezicht en droeg heel andere kleren. (meer…)

Moordverdachte mishandelt jonge treinreiziger

Station Flemingsberg, Huddinge. Foto: Mats Eriksson

Buiten vroor het twee graden, de lucht was vochtig en er stond er een stevig windje: woensdag 18 december 2002 was niet de meest aangename winterdag die Zweden ooit kende. Christer Andersson zal zich echter niet om het weer hebben bekommerd. Hij pleegde die dag een misdaad. Misschien zijn laatste, maar zeker niet zijn eerste.

Dat was niet gepland. Hij was gewoon moe. Christer kwam van zijn werk bij vrachtwagenfabrikant Scania in Södertälje Hamn, zat in de trein naar huis en wilde met rust gelaten worden. Hij ergerde zich aan vier jongens in dezelfde wagon. Christer Andersson, van wie haast niemand wist dat hij verdacht werd van de moord op Olof Palme, koelde zijn woede en sloeg een van de vier een blauw oog.

Een ferme vuist

De 18-jarige Robert was met zijn drie kameraden ingestapt in Södertälje en op weg naar Stockholm. Een van Roberts vrienden was een tikkeltje opgewonden en gooide een prop papier door de wagon. Die trof Andersson, die aan de andere kant van het gangpad zat. Waarna de Scania-medewerker, in politiekringen omschreven als “een beer”, opstond en Robert met zijn vuist op het linkeroog sloeg. Een andere jongen kreeg van hem een tik op zijn pet. Andersson riep dat de jongens de trein moesten verlaten en dat ze op moesten houden om hem te pesten. Even later stapte Christer eerder uit. (meer…)

“Oplossing” moordzaak-Palme: anticlimax en schandaal in een

Een anticlimax, een lachnummer, een bedroevende vertoning, een schandaal… Je kan veel zeggen over de persconferentie van hoofdaanklager Krister Petersson over de moord op Olof Palme, maar niets positiefs. Er is een man aangewezen als moordverdachte, enkel op basis van een persoonlijke interpretatie van 34 jaar oude getuigenverklaringen en een vaag signalement. Omdat Stig Engström sinds 2000 dood is, kan hij echter niet worden aangehouden. En dus gooit Petersson het bijltje erbij neer. Waarbij de hoofdaanklager ook nog eens meerdere getuigen negeerde wier verklaringen Stig Engström in een rechtbank vrij konden pleiten. En ondanks dat tal van vragen onbeantwoord blijven.

Pagina uit het politiedossier met foto’s van Engström.

Stig Engström, eerder op deze site opgevoerd als de Skandiaman, was ten tijde van de moord 52 jaar en werkte bij verzekeringsfirma Skandia. Palme werd op 28 februari 1986 doodgeschoten haast voor de deur van het kantoorgebouw van Skandia.

Engström werkte die avond over. Een dag later meldde hij zich bij de politie als getuige. Hij kwam kort na het verlaten van zijn kantoor aan op de moordplaats, zei Engström, en had geholpen om de stervende Palme in een andere houding te leggen. Ook zou hij de aandacht van de politie hebben proberen te trekken toen die arriveerde, en was hij achter agenten aangerend om ze te vertellen dat de dader een blauwe jack droeg.

Engström beweerde tegenover de politie te vrezen dat hij voor de dader werd aangezien, want hij beantwoordde zelf aan een van de (andere) signalementen die in de media circuleerden. Later zou Engström actief kranten en televisie opzoeken om zijn getuigenis te herhalen, waarbij hij klaagde over gebrek aan aandacht van de zijde van de politie.

Was Engström wel een getuige?

Het probleem is dat Engströms hulp bij de reanimatie door andere getuigen niet werd bevestigd. Ook politiemensen die er die nacht bij waren konden zich hem niet herinneren, zei aanklager Petersson. Dat heeft ook vroeger al heel wat wenkbrauwen doen fronsen. Dat Engström in de buurt was op het moment van de moord, was zeker. Dat bleek uit de stempelklok van Skandia. Maar als hij geen getuige was, was hij dan misschien de dader? Hij voldeed in elk geval aan een van de signalementen.

Eigenlijk is dat zowat alles waarop hoofdaanklager Petersson zich baseert. Ja, u leest het goed. Dat is zowat alles: twijfel over het waarheidsgehalte van Engströms verklaringen en een passend signalement. Overigens werden al in 1986 vraagtekens gezet bij Engström, maar destijds oordeelden de speurders dat verder onderzoek niet nodig was. In hun ogen was Engström een fantast. Iets waar Petersson tijdens de persbijeenkomst geen goede woorden voor had. (meer…)

Translate »