De Moord op Olof Palme

Verdachten

“Christer Andersson bekende moord op Palme”

Voor de Zweedse politie is Stig Engström de meest waarschijnlijke moordenaar van Olof Palme. Toch kreeg het rechercheteam in augustus 2019 nog een tip die Christer Andersson aanwees als dader. Een vrouw die Andersson kende vertelde de politie dat Christer aan een neef zou hebben opgebiecht dat hij Palme vermoordde. De neef ontkent dat Christer dit zei, maar houdt hem wel voor de moordenaar. Dat blijkt uit stukken in het Palme-dossier.

Andersson bij een bushalte, op een geanonimiseerde politiefoto. De politie schaduwde hem in de jaren negentig.

De tipgever is een vrouw die ooit samenwoonde met Anderssons neef. Deze zou haar bij drie verschillende gelegenheden hebben gezegd dat Christer bekende de moord te hebben gepleegd. De eerste keer zou rond 2006 zijn geweest, twee jaar voordat Christer Andersson zich van het leven beroofde. Volgens de vrouw wilde de neef zelf niet de politie bellen.

De onderzoekers stapten na de tip naar Anderssons neef. De man zei dat zijn ex-vriendin het niet goed had begrepen. Christer zou de moord niet hebben bekend. Maar hij zei er zelf van overtuigd te zijn dat Christer de dader was. Dat baseerde de neef op de contacten die hij met hem had tot aan diens zelfmoord. Christer Andersson verafschuwde Palme, verklaarde de man, en zou ook “zijn wapen” aan de neef hebben getoond. Dat Christer een jaar na de moord uit Stockholm verhuisde versterkte zijn vermoedens.

Het lijkt er niet op dat de politie de tip erg uitvoerig heeft onderzocht. Er waren in het najaar van 2019 twee gesprekken met zowel de man als de vrouw. De verslagen daarvan zouden op één A4 hebben gepast. Uit de stukken kan niet worden opgemaakt of Christer een wapen aan zijn neef toonde, zoals de vrouw beweert, en wanneer dat was. Dat zou nochtans heel interessant zijn, want Anderssons revolver is tot vandaag spoorloos en geldt als hét bewijsstuk dat hem ofwel aan de moord kan nagelen, ofwel vrijuit doet gaan.

Uit eerdere verhoren en informele getuigenissen blijkt dat de familie niet graag over hem spreekt. “Over sommige zaken praat je niet”, zei ook de neef. (meer…)

Deel dit artikel

Het gezicht van de Palme-moordenaar?

Het onderzoek naar de moord op Olof Palme is officieel afgesloten. Een deel van het onderzoeksmateriaal is nu openbaar. En dus duikt er nu informatie op die eerder geheim was. Bijvoorbeeld deze compositiefoto. De man op het beeld zou weleens de moordenaar kunnen zijn. De “robotfoto” werd al in 1986 gemaakt na verklaringen van Olofs zoon Mårten Palme.

Even terug naar 28 februari 1986. Nadat Olof en Lisbeth Palme rond 23:10 uur de Grand-bioscoop in Stockholm verlieten, praatten ze buiten nog wat na met Mårten en diens vriendin. Een paar meter verderop stond op dat moment een nooit geïdentificeerde man in een verduisterde etalage te staren.

Mårten en zijn vriendin namen afscheid en passeerden de man. Die maakte vervolgens aanstalten om achter Olof en Lisbeth aan te gaan. Om 23:21 uur werd de Zweedse premier, zo’n driehonderd meter verder, doodgeschoten. De politie ging decennia lang uit van de theorie dat Olof achtervolgd en uiteindelijk gedood werd door de man die Mårten zag.

Beschrijving van Grandman

De speurders maakten een compositiefoto aan de hand van Mårten Palme’s beschrijving. Dat beeld (rechts) is nu voor het eerst te zien. Mårten sprak destijds van een ongeveer 40-jarige man van 1 meter 80. Hij was stevig gebouwd en had een vierkantig gezicht met dunne lippen. Mogelijk droeg hij een bril met een dun, goudkleurig montuur. De jas omschreef Mårten Palme als een donkerblauw nylonjack van een outdoortype, met zowel rechte als schuine zakken.

De man zou een donkere pet van een ongewoon model hebben gedragen, mogelijk met een oprolbare, gebreide flap. Hij droeg een donkere broek, wellicht een sjaal want zijn hals leek kort, en mogelijk iets wat op een schoudertasje leek.

Engström??

Mårten Palme heeft deze beschrijving kort na de moord enkele malen tegenover de politie herhaald. Toch sloot hij onlangs niet uit dat hij Stig Engström zag, de man die in juni 2020 door hoofdaanklager Krister Petersson tot eeuwige hoofdverdachte werd gebombardeerd. Dat is vreemd: Engström droeg een bril, maar past verder niet bij de beschrijving, en over die bril was Mårten onzeker. Hij was 52, had een vol en rond gezicht en droeg heel andere kleren. (meer…)

Deel dit artikel

Moordverdachte mishandelt jonge treinreiziger

Station Flemingsberg, Huddinge. Foto: Mats Eriksson

Buiten vroor het twee graden, de lucht was vochtig en er stond er een stevig windje: woensdag 18 december 2002 was niet de meest aangename winterdag die Zweden ooit kende. Christer Andersson zal zich echter niet om het weer hebben bekommerd. Hij pleegde die dag een misdaad. Misschien zijn laatste, maar zeker niet zijn eerste.

Dat was niet gepland. Hij was gewoon moe. Christer kwam van zijn werk bij vrachtwagenfabrikant Scania in Södertälje Hamn, zat in de trein naar huis en wilde met rust gelaten worden. Hij ergerde zich aan vier jongens in dezelfde wagon. Christer Andersson, van wie haast niemand wist dat hij verdacht werd van de moord op Olof Palme, koelde zijn woede en sloeg een van de vier een blauw oog.

Een ferme vuist

De 18-jarige Robert was met zijn drie kameraden ingestapt in Södertälje en op weg naar Stockholm. Een van Roberts vrienden was een tikkeltje opgewonden en gooide een prop papier door de wagon. Die trof Andersson, die aan de andere kant van het gangpad zat. Waarna de Scania-medewerker, in politiekringen omschreven als “een beer”, opstond en Robert met zijn vuist op het linkeroog sloeg. Een andere jongen kreeg van hem een tik op zijn pet. Andersson riep dat de jongens de trein moesten verlaten en dat ze op moesten houden om hem te pesten. Even later stapte Christer eerder uit. (meer…)

Deel dit artikel

Waarom was Palme-verdachte Andersson “een voltreffer”?

Hun rapport was jarenlang geheim: de analyse die twee directeuren van de Zweedse rekenkamer in 1996 maakten van het onderzoek naar de moord op Olof Palme. Zij noemden Christer Andersson een hoofdverdachte en een “absolute voltreffer” als het ging om het daderprofiel. Maar waarop baseerden ze deze conclusie? Ze maakten een handig overzicht van hun bevindingen. En dat staat hieronder.

Een getuige maakte deze tekening van de mogelijke dader.

Een getuige maakte deze tekening van de mogelijke dader.

Eerst even wat context. Het rapport van de revisoren Bo Sandberg en Christer Skogwik kwam er op verzoek van een parlementaire onderzoekscommissie. Die lichtte in de tweede helft van de jaren negentig het moorddossier door. Het leek de commissie goed om ook twee onafhankelijke analisten van buiten politie en politiek in te schakelen. Sandberg en Skogwik kwamen in december 1996 met hun 157 bladzijden tellende eindverslag.

Op dat moment deed de politie nog steeds onderzoek naar Christer Pettersson, hoewel eerder vrijgesproken voor de moord. Maar de speurders hadden, zonder dat de media erover berichtten, nog iemand in het vizier: Christer Andersson.  De directeuren van de Rekenkamer konden de stukken over hem inzien en vergelijken in hun verslag beide mannen als verdachten. Andersson wordt in het verslag XX genoemd.

De huidige openbare aanklager Krister Petersson (ja, bijna dezelfde naam) heeft de in 2004 overleden Christer Pettersson afgevoerd van het verdachtenlijstje. Intussen bleek dat het onderzoek tegen hem was gemanipuleerd. Daarom, en om het overzicht te bewaren, beperken we ons hier tot wat de revisoren schrijven over Christer Andersson. Die is nog wèl kandidaat om woensdag 10 juni door de Zweedse justitie als dader van de moord te worden aangewezen. Hoewel ook Andersson niet meer leeft: hij pleegde in 2008 zelfmoord.

Het woord is aan Sandberg en Skogwik. Dit schrijven ze over Christer Andersson alias XX in het vergelijkend overzicht. Het taalgebruik is wat cryptisch, maar hopelijk begrijpelijk. Soms heb ik ter verduidelijking een gecursiveerde aanvulling tussen haakjes gezet. (meer…)

Deel dit artikel

De man in maatpak die niks bezat

Was de vermoedelijke moordenaar van Olof Palme de politie te slim af? Christer Andersson, voor veel speurders de hoofdverdachte, maakte zich na de moord onvindbaar voor de politie. Hij dook net zo lang onder tot het niet meer nodig was, en er geen bewijzen meer waren die hem direct koppelden aan de moord.

Huggarvägen

Hier in Västerhaninge stond Andersson ingeschreven. Foto: Google Maps

Het is alweer vier jaar geleden dat ik ze de vraag de eerste keer stelde. Toen kwam er geen reactie. Maar uiteindelijk kreeg ik in het najaar van 2019 toch een formele bevestiging van de vereniging van eigenaren. Christer Andersson, sinds de jaren negentig hoofdverdachte van de moord op Olof Palme, bezat géén appartement in de gebouwen aan Huggarvägen in Västerhaninge. Toch stond hij volgens het Zweedse bevolkingsregister daar ingeschreven, van 18 augustus 1987 tot 30 mei 2002. En volgens de Zweedse fiscus, die het bevolkingsregister bijhoudt, had hij in die periode jarenlang geen inkomsten. Hij bestond op papier, en toch ook weer niet. Een reconstructie. (meer…)

Deel dit artikel

Palme-moordverdachte bezat de juiste munitie

Kranten suggereren wereldwijd dat Stieg Larsson de moord op Olof Palme vanuit zijn graf heeft opgelost, en dat de dader banden had met Zuid-Afrika en extreemrechts. Maar ondertussen duikt er een tot dusver onbekend element op dat opnieuw wijst richting Christer Andersson. De vroegere beursspeculant bleek precies dat type munitie te bezitten dat de moordenaar van Palme gebruikte.

Stieg Larsson, schrijver van de Millennium-thrillerreeks, vermoedde eind jaren tachtig dat de moord op Palme het werk was van Zuid-Afrika. De Zweedse auteur Jan Stocklassa borduurt voort op die oude theorie in het boek Stieg Larssons Erfenis dat najaar 2018 verscheen. Zoals ik in deze uitvoerige recensie uiteenzette, is noch het boek, noch de hypothese geloofwaardig. De media sprongen er wel op als gekken. Ongetwijfeld vanwege de Stieg Larsson-link. Die naam staat immers borg voor hoge oplagecijfers en werd door Stocklassa handig gebruikt c.q. misbruikt. En omdat de meeste journalisten de details rond de moord op de Zweedse premier nauwelijks kennen, slikken ze alles als het verhaal maar lekker klinkt.

Rechercheur met 32 jaar ervaring

Krant van 3 maart 1986. De dader gebruikte een dergelijke revolver en munitie.

Vergeet Jan Stocklassa. Veel interessanter is wat politieman Lennart Gustafsson onlangs vertelde in een podcast van de Zweedse journalist Hasse Aro. Gustafsson is de enige rechercheur die 32 jaar lang onafgebroken aan het moordonderzoek werkte, tot onlangs aan zijn pensioen. Haast niemand kent het dossier zo goed als hij.

Voor hem is Christer Andersson de meest waarschijnlijke dader. Die mening deelt hij met de gerespecteerde profiler Ulf Åsgård en de Amerikaanse kenner van politieke moorden, James W. Clarke. Christer Andersson was een beursspeculant en wedstrijdschutter die in de jaren negentig in beeld kwam van de politie en sindsdien, grotendeels buiten het zicht van de media, als hoofdverdachte geldt. De man pleegde in 2008 zelfmoord. In mijn boek over de moord op Olof Palme ga ik uitgebreid in op Andersson.

Andersson wekte de belangstelling omdat hij een Smith & Wesson-revolver bezat van hetzelfde type als de moordenaar hanteerde. Na de moord werden alle legale exemplaren van dat type revolver in de regio Stockholm gecontroleerd. Behalve een: de .357 Magnum van Andersson. Toen de man daar, acht jaar na de moord, over werd ondervraagd, beweerde hij de revolver illegaal te hebben verkocht aan een drugshandelaar. De politie vond die verklaring niet geloofwaardig. (meer…)

Deel dit artikel

Nee, het was niet de Skandiaman

De moord op Olof Palme is in Zweden verworden tot een vervolgverhaal dat kranten en boeken verkoopt. En in vervolgverhalen spelen feiten geen rol. Neem nu de bewering dat Stig Engström alias de Skandiaman de dader was. De Zweedse pers lijkt er zowat van overtuigd. Recentelijk haalden journalisten zelfs Mårten Palme, zoon van, en getuige Lars Jeppsson van stal om de intussen overleden Engström tot dader te bombarderen.

Een boek over de zogenaamde nieuwe hoofdverdachte verkoopt intussen als zoete broodjes. Maar helaas, de verdenkingen ruiken nog steeds als gebakken lucht.

Een getuige met fantasie

Moordplaats Olof Palme

Engström werkte in het gebouw waar de bloemen voor liggen. Foto: Rijkspolitie Zweden

Stig Engström werkte als reclameman bij verzekeraar Skandia. Premier Olof Palme werd op 28 februari 1986 haast voor de deur van dat bedrijf doodgeschoten. Engström, die op deze avond overwerkte, wierp zich nadien op als getuige in de media. HIj liet zich maar wat graag interviewen. Engström zou als een van de eersten bij Olof en zijn vrouw Lisbeth zijn geweest. Maar zijn getuigenissen, die allengs fantastischer gingen klinken, kwamen nauwelijks overeen met andere waarnemingen, terwijl hijzelf vagelijk leek op de dader.

Journalist Thomas Pettersson van het Zweedse blad Filter groef diep in het leven van Engström. Hij concludeerde dat de Skandiaman zelf de trekker had overgehaald. Daarmee was Pettersson niet de eerste trouwens. Eerder was er Lars Larsson die hierover een boek schreef. Maar zoals ik in een eerdere blogpost aangaf, is de bewijsvoering van beide schrijvers pover.

(meer…)

Deel dit artikel

Zweden ontmaskert alweer een moordenaar van Olof Palme

De Zweedse media geloven opnieuw de moordenaar van Olof Palme te kennen: Stig Engström, een man die tot dusver alleen als getuige van de moord te boek stond. Maar hoe serieus is het spoor? Het lijkt nog maar eens een slag in de lucht. Alleen, hoe zit het met die revolvers?

Politiefoto van Stig Engström uit 1986.

Op de avond van 28 februari 1986 was Engström, destijds 52 jaar, aan het werk in het gebouw van verzekeraar Skandia in Stockholm. Engström, van beroep illustrator en grafisch vormgever, zou de dag erna op skivakantie gaan en wilde een reclamecampagne afronden. Om 23.20 uur verliet hij zijn kantoor. Een stempelklok en een bewaker waren getuigen. Engström zei nadien dat hij zuidwaarts wandelde in de richting van het metrostation en twee knallen hoorde. Op de hoek van het gebouw en de straat Tunnelgatan lag een zwaar bloedende man op de grond, met naast hem een hysterische vrouw: premier Olof Palme en zijn echtgenote Lisbeth.

Engström zou dus een van de eerste mensen zijn geweest op de plaats van de misdaad. Het Zweedse tijdschrift Filter beweert nu dat dit niet klopt. Voor Filter was hij geen getuige, maar de moordenaar. Twee jaar geleden kwam de schrijver Lars Larsson tot dezelfde conclusie in zijn boek Nationens Fiende. Dat was een eigenbeheeruitgave van een schrijver uit de provincie en werd daarom genegeerd door de Stockholmse kranten, maar Filter geniet enig respect, dus de boodschap werd dit keer wel opgepikt. De kranten Expressen en Aftonbladet, nooit verlegen om enige sensatie, schrijven zich sindsdien een ongeluk over Engström. En hij zal niks tegenspreken; Engström beroofde zich in 2000 van het leven, niet lang nadat zijn vrouw hem had verlaten. (meer…)

Deel dit artikel

Amerikaanse professor ontmaskerde moordenaar van Olof Palme

Hoe zou het zijn met het onderzoek naar de moord op Olof Palme? De dertigste verjaardag van Zwedens beroemdste onopgeloste misdaad werd op 28 februari 2016 “gevierd” met een grote persconferentie en overweldigende media-aandacht. En daarna? Er kwam een nieuwe onderzoeksleider, maar groot nieuws bleef uit. Laat ik daarom iets naar buiten brengen wat de Zweedse media, en dus ook de Zweden zelf, al die jaren gemist hebben: een Amerikaanse wetenschapper vertelde Zweedse parlementariërs twintig jaar geleden al in welke richting ze de dader moesten zoeken. En diezelfde professor koppelde er later zelfs een naam aan.

In 1998 schreef de Amerikaanse professor James W. Clarke een vertrouwelijke, 16 pagina’s tellende memo voor de Zweedse parlementaire onderzoekscommissie die het onderzoek naar de moord op Palme onder de loep nam. De Zweedse premier was op dat moment twaalf jaar dood. Er was ooit iemand voor de moord veroordeeld, de draaideurcrimineel Christer Pettersson, maar die was in hoger beroep vrijgesproken. Terecht, want harde bewijzen tegen hem ontbraken. Wie het dan wel gedaan had? Een duizelingwekkend aantal complottheorieën deed de ronde, maar geen enkele kon aan de dader worden gekoppeld.

Expert in politieke moorden

De parlementariërs wilden daarom de mening horen van professor Clarke. Die man was niet de eerste de beste. In 1982 publiceerde Clarke het boek American assassins: the darker side of politics dat hem lanceerde als dé Amerikaanse expert op het gebied van politieke moorden. Clarke bestudeerde door de jaren heen het leven van achttien mensen die een poging hadden gedaan om een vooraanstaand Amerikaans politicus te vermoorden. Hij concludeerde dat in de VS alleen president Lincoln het slachtoffer was geworden van een complot, en wellicht ook Martin Luther King. Slechts in enkele gevallen bleek de dader politieke motieven te hebben.

American assassins: the darker side of politics geldt intussen als een standaardwerk op zijn gebied. De typeringen die Clarke in het boek gaf blijken ook vandaag nog van toepassing op moordenaars die het gemunt hebben op publieke figuren.

In zijn vertrouwelijke memo voor de onderzoekscommissie-Palme onderschreef Clarke de eerdere conclusies van twee Zweedse profilers. Die meenden dat de moordenaar van Olof Palme alleen handelde en dat zijn modus operandi de theorie van een samenzwering tegensprak. Clarke achtte de kans het grootst dat de dader een man was met een persoonlijkheidsstoornis die een politicus, in dit geval Palme, uitgekozen had als zondebok voor zijn eigen problemen. Een dergelijke typering was ook van toepassing op veel van de daders die hij in de VS bestudeerde. (meer…)

Deel dit artikel

De Laserman die op de moordenaar van Olof Palme leek

Een eenzame, gefrustreerde beursspeculant als dader van de moord op Olof Palme: menigeen vindt die oplossing ongeloofwaardig. Christer Andersson kan dus niet de moordenaar zijn. Maar er zijn opmerkelijke overeenkomsten tussen Andersson en de zogenoemde Laserman die in de vroege jaren negentig dood en verderf zaaide in de straten van Stockholm. John Ausonius, zoals de Laserman heette, schoot niet op politici, maar op migranten. Gewoon omdat ze buitenlanders waren.

De bloederige campagne van Ausonius startte in de zomer van 1991, in het oostelijke deel van Stockholm. Drie Afrikaanse studenten maakten er  ‘s avonds een wandelingetje. Vanuit de bosjes scheen plots een rood lichtje op een van hen. Een geweerschot volgde. Een van de drie, een Somaliër, zag dat hij hevig bloedde. De andere twee zochten in paniek hulp. In het nabijgelegen flatgebouw opende niemand de deur voor ze. Een aangehouden automobilist weigerde de zwaargewonde man naar het ziekenhuis te brengen. Er zouden anders bloedvlekken kunnen komen op de bekleding van zijn achterbank, zei hij. Het is een klein mirakel dat de student niet doodbloedde voor hij uiteindelijk toch in een hospitaal belandde.

Zolang het maar migranten waren

John Ausonius in 1986. Foto: Towpilot

Tussen augustus 1991 en februari 1992 schoot de Laserman elf mensen neer. Slechts een van de elf stierf, maar de andere tien liepen wel zwaar letsel op, in veel gevallen voor het leven. Ze hadden alle elf iets gemeen: ze waren migranten. Waar vandaan ze kwamen speelde voor de Laserman geen rol. Zolang ze er niet Noord-Europees uitzagen, behoorden ze tot de doelgroep. Sommigen waren studenten, anderen waren kleine zelfstandigen, muzikant of zwerver. Ze werden soms ‘s nachts, soms op klaarlichte dag neergeknald, op straat, in een park of in het gebouw waar ze zich toevallig bevonden.

Eerst gebruikte de dader een lasergeweer, vandaar de bijnaam Laserman, nadien een revolver. De loop van de revolver vertoonde een kleine afwijking, bleek later. Daardoor koos de kogel nooit helemaal de baan die de Laserman voor ogen had. Mogelijk is dat de reden waarom de meeste slachtoffers overleefden. Het is ook een reden waarom hij maar doorging met zijn acties, want hij wilde doden maken, geen gewonden.

Sporen liet hij amper na. Een compositietekening die met hulp van een getuige werd gemaakt, leidde naar niets, maar bleek achteraf wel redelijk op Ausonius te lijken. Omdat hij halverwege zijn misdaadreeks van wapen veranderde dacht de politie een tijd dat er meerdere daders waren. De Laserman veroorzaakte een ware angstpsychose. Migranten durfden in Stockholm niet meer de straat op, tenzij om te betogen voor bescherming. Bedrijven legden uit solidariteit met de migranten in Zweden het werk tijdelijk neer. Toenmalig premier Carl Bildt sprak het volk toe via een ingelaste tv-uitzending. (meer…)

Deel dit artikel
Translate »