De Moord op Olof Palme

De man in maatpak die niks bezat

Was de vermoedelijke moordenaar van Olof Palme de politie te slim af? Christer Andersson, voor veel speurders de hoofdverdachte, maakte zich na de moord onvindbaar voor de politie. Hij dook net zo lang onder tot het niet meer nodig was, en er geen bewijzen meer waren die hem direct koppelden aan de moord.

Huggarvägen

Hier in Västerhaninge stond Andersson ingeschreven. Foto: Google Maps

Het is alweer vier jaar geleden dat ik ze de vraag de eerste keer stelde. Toen kwam er geen reactie. Maar uiteindelijk kreeg ik in het najaar van 2019 toch een formele bevestiging van de vereniging van eigenaren. Christer Andersson, sinds de jaren negentig hoofdverdachte van de moord op Olof Palme, bezat géén appartement in de gebouwen aan Huggarvägen in Västerhaninge. Toch stond hij volgens het Zweedse bevolkingsregister daar ingeschreven, van 18 augustus 1987 tot 30 mei 2002. En volgens de Zweedse fiscus, die het bevolkingsregister bijhoudt, had hij in die periode jarenlang geen inkomsten. Hij bestond op papier, en toch ook weer niet. Een reconstructie.

Een man verhuist

Op 28 februari 1986, de dag van de moord op Palme, staat Andersson ingeschreven op een adres in de binnenstad van Stockholm. Daar bewoont hij een appartement met drie kamers, op twintig minuten wandelen van de plaats waar de Zweedse premier wordt vermoord.

Andersson is alleenstaand en leeft dan van de aandelenhandel. Hij speculeert op een riskante manier, waarbij hij voortdurend geld leent om nieuwe aandelen te kopen. Op 27 februari 1986 gaan de Stockholmse beurskoersen in vrije val, als de regering-Palme aankondigt de btw op aandelenhandel te verdubbelen. Voor Andersson moet dat gelijk hebben gestaan aan een faillissement. Zijn appartement in de dure wijk Vasastan wordt onbetaalbaar. Hij moet weg.

Andersson geeft in augustus 1987 bij de belastingdienst op dat hij is verhuisd naar Huggarvägen in Västerhaninge, een plaats direct ten zuiden van Stockholm. Het gaat om een appartement van een zogenaamde woonrechtvereniging. Woonrecht is een populaire Zweedse woonvorm. Je koopt eenmalig het recht om een woning in een appartementsgebouw te bewonen, en betaalt maandelijks een bedrag voor onderhoud, reserveringen en collectieve voorzieningen aan een vereniging van eigenaren waarvan je ook zelf lid bent.

Het lijkt onbeduidend, maar voor het onderzoek naar de moord op Palme is het belangrijk om te weten of hij dat woonrecht ook werkelijk kocht. Aanwijzingen dat hij er niet woonde, waren er al, maar werden in de media niet eerder bevestigd. Tot nu.

“Wij kennen hem niet”

De woonrechtvereniging in Västerhaninge heet Berget. Ik heb al enkele malen contact opgenomen met de vereniging om over Andersson te spreken, echter telkens zonder resultaat. Zweden zijn over het algemeen erg behulpzaam, maar als het over Christer Andersson gaat, stoot je snel op een muur.

Als ik de voorzitter van Berget in 2019 in een ultieme poging nog eens vraag of Andersson ooit een van hun appartementen bezat, krijg ik alsnog een reactie. Hij verwijst me door naar HSB, een landelijke organisatie van woonrechtverenigingen. Daar houden ze de historie bij van elk appartement. Ze duiken op mijn vraag in de archieven. Het resultaat: Christer Andersson heeft volgens HSB nooit een appartement aan Huggarvägen in eigendom gehad, en is evenmin bekend bij andere woonrechtverenigingen in de regio Stockholm.

Dat vermoeden was er al, maar de bevestiging versterkt de verdenkingen tegen Andersson. Waarom?

De politie wil eind jaren tachtig in contact komen met Andersson. De Palmegroep, die de moord onderzoekt, is dan net begonnen met een systematische controle van alle legale revolvers van het type waarmee Palme werd gedood. Andersson, die als hobby aan schietwedstrijden meedoet, staat op hun lijst als eigenaar van zo’n wapen.

Brieven van de politie, waarin hij wordt gesommeerd om zijn Smith & Wesson-revolver in te leveren voor een proefschot, zijn vrijwel zeker naar het adres in Västerhaninge gestuurd. De eerste brief is vermoedelijk in 1989 verzonden, in 1990 gevolgd door twee herinneringen. Maar een reactie op die brieven krijgt de politie niet. Logisch, blijkt nu, want het adres klopte niet.

De huisbaas

Als de politie hem in januari 1994 via een omweg alsnog te spreken krijgt, beweert Andersson dat hij de revolver in 1992 heeft verkocht aan een drugshandelaar. De reden die hij opgeeft: geldzorgen. Zijn huisbaas dreigde hem uit zijn woning te zetten omdat hij de huur niet had betaald, beweert Andersson.

Huggarvägen, gezien vanaf de andere kant. Foto: Google Maps

Alleen, welke huisbaas? En welke huur? Bedoelde hij de woonrechtvereniging met huisbaas en het maandbedrag met huur? Nu, omdat hij geen woonrecht heeft gekocht, kan hij niet de vereniging hebben bedoeld. Was er dan een andere huisbaas?

Bij HSB zeggen ze dat Andersson als onderhuurder aan Huggarvägen gewoond kan hebben. Maar dat is onwaarschijnlijk. Hoewel onderverhuur in Zweden legaal is, moet er vooraf toestemming zijn van de eigenaar én de woonrechtvereniging. En zoals gezegd, bij die vereniging zit geen Christer Andersson in de archieven.

HSB kan om privacyredenen niet vertellen wie destijds wél eigenaar was van de appartementen aan Huggarvägen. De mensen die er nu staan ingeschreven, en die ik via Internet vond, zijn te jong om toen al een appartement te hebben bezeten.

Deurbellen

Onderhuur aan Huggarvägen is om nog een reden onwaarschijnlijk. In 1999 weet een journalist van Aftonbladet te achterhalen wie er schuilgaat achter de codenaam GH. Die naam staat in het rapport van een parlementaire commissie die het onderzoek naar de moord op Palme tegen het licht houdt. Het gaat om ene Christer Andersson. Aftonbladet wil hem weleens aan de tand voelen. Via de belastingdienst vindt de journalist het adres in Västerhaninge. Hij wandelt door het trappenhuis maar vindt op geen enkele deurbel Anderssons naam, vertelt hij later aan de Deense auteur Paul Smith.

Maar waar is hij dan wel? De politie vindt hem in 1994 evenmin in Västerhaninge, maar wel via zijn ouders. Die bezitten een zomerhuisje in de bossen bij Tungelsta, tien kilometer verderop. Het is daar waar hij blijkt te wonen, en waar ook de journalist hem later vindt. Midden in een typisch Zweeds bos, maar desondanks onberispelijk gekleed in maatpak.

Inkomsten: nul kronen

Hebben zijn ouders hem dan herinneringen gestuurd wegens achterstallige huur? Ouders gaan niet zo formeel om met hun kinderen. Ook niet die van Christer, want ze komen zelf geregeld over de vloer in het zomerhuisje. De moeder wekt naar verluidt de indruk een vriendelijke en zorgzame vrouw te zijn. Als de ouders ook maar enig zicht hebben op het financiële reilen en zeilen van hun zoon, weten ze trouwens dat er bij hem niets te halen valt.

Christer A

Christer Andersson

Want één ding klopt wel aan Christers bewering: hij heeft in de jaren negentig geen geld en een maandhuur betalen, waar of aan wie dan ook, kan hij niet. Via de Zweedse fiscus krijg ik de inkomstengegevens van Andersson. In de periode 1991-1996 heeft hij helemaal géén inkomsten. Nul kronen. Oudere cijfers zitten helaas niet meer in de archieven.

Volgens het parlementair onderzoeksrapport sluit hij in 1994 wel een aantal leningen af en vraagt hij in december 1994 een bijstandsuitkering (leefloon) aan. Pas van 1997 tot aan zijn zelfmoord in 2008 staan er weer positieve cijfers op zijn belastingaanslag vermeld, maar de bedragen zijn bescheiden en doen vermoeden dat hij onregelmatig en/of  laagbetaald werk deed. Als wat of waar hij dan werkte, is niet bekend. Het kan ook dat hij opnieuw was gaan speculeren. Over 2007 is het opnieuw nul kronen: de man sterft met zo goed als niets.

En dan is er nog iets. Christer verliet de woning aan Huggarvägen volgens de belastingdienst op 30 mei 2002. Vanaf dan was hij ingeschreven op het adres van zijn moeder in Trångsund. Maar die overleed al bijna twee jaar eerder. Dat (huur)appartement zal in de tussentijd niet de hele tijd leeg hebben gestaan, terwijl de huur doorliep.

Vrijwillig onverzekerd?

Tot slot is er nog iets bijzonders. Volgens het parlementair onderzoekersrapport heeft het verplichte Zweedse ziekenfonds Försäkringskassan van 1986 tot het moment dat de politie onderzoek naar hem doet geen gegevens over Andersson.

Betekent dit dat hij zich zelfs voor het ziekenfonds verborg? Kortom, voor iedere overheidsinstelling? Mogelijk met de consequentie dat hij onverzekerd was, ondanks dat hij financieel aan de grond zat? In een land waar een ziekteverzekering voor iedere burger niet enkel verplicht is, maar ook gratis?

Het is veel. Te veel om enkel aan slordigheid te wijten.

De hoofdverdachte van de Palme-moord

Welke conclusies kunnen we hier uit trekken?

  • Andersson geeft anderhalf jaar na de moord een vals adres op. Dat kan niet anders dan bewust zijn gebeurd. En dat doe je alleen als je iets wil verbergen. Bijvoorbeeld: jezelf.

Dat hij moet verhuizen, is ongetwijfeld ingegeven door zijn zorgelijke financiële situatie. Hij was toen nog niet in beeld bij de Palmegroep. Andersson maakt echter van de gelegenheid gebruik om zichzelf alvast onvindbaar voor ze te maken.

  • Het argument dat Andersson geeft voor de beweerde verkoop van de Smith & Wesson kan nauwelijks iets anders dan een leugen zijn.

Er is geen huur die hij moet betalen, noch een maandelijkse bijdrage aan een woonrechtvereniging, noch aan een mysterieuze huisbaas. Zoals ook de verkoop van het wapen zelf hoogstwaarschijnlijk een leugen is.

  • Andersson geeft het onderduiken pas op als de politie hem toch vindt.

Hoewel Andersson jaren geen inkomsten heeft, vraagt hij pas een uitkering aan kort nadat de politie weet waar hij zich schuilhoudt. De timing is veelzeggend. Op dat moment heeft onderduiken en leven op krediet van anderen zijn zin verloren.

Er zijn mensen die Andersson het voordeel van de twijfel geven, en menen dat hij het wapen toch heeft verkocht. Maar daarmee zijn andere merkwaardigheden niet verklaard. Het is opmerkelijk dat een man van zijn leeftijd (geboren in 1952) liever jarenlang zonder geld in het afgelegen zomerhuisje van zijn ouders bivakkeert dan dat hij een poging doet opnieuw een eigen bestaan op te bouwen. Zeker als je bedenkt dat Andersson geen dommerik was en alleszins rad van tong leek, tot 27 februari 1986 behoorlijk in de slappe was zat en destijds volop van het Stockholmse stadsleven genoot. Het contrast kan niet verklaard worden door enkel een financiële terugslag.

De perfecte moord

Anderssons revolver is het enige, in 1986 legaal in Stockholm aanwezige wapen van dit type dat de politie nooit kan controleren. Tot vandaag is de revolver verdwenen. Nochtans zou de bezitter 50 miljoen kronen kunnen (bijna 5 miljoen euro) krijgen als hij het inlevert. Het trauma rond de moord op Palme is groot. Justitie zou best een oogje toeknijpen als het wapen door een crimineel werd bezorgd, en met 50 miljoen kan een eventuele boete voor verboden wapenbezit geen probleem zijn.

Omdat de revolver spoorloos is, werd Andersson nooit formeel aangehouden. Rechercheurs en ook een vooraanstaand profiler zien hem tot vandaag als hoofdverdachte nummer 1. In het onderzoek naar de moord lijkt al vele jaren geen beweging meer te zitten. De Palmegroep doodt schijnbaar haar tijd met het natrekken van de waanzinnige samenzweringstheorieën die zo nu en dan in de media opduiken. Door het wapen te laten verdwijnen en te goochelen met adressen, maakte Christer Andersson van de moord op Palme een nagenoeg “perfecte” moord.

Deel dit artikel
Translate »