De Moord op Olof Palme

Is de moord op Palme nog op te lossen?

Een simpele, maar niet onbelangrijke vraag: kan de moord op Olof Palme nog worden opgelost? Het is immers al meer dan 33 jaar geleden dat de Zweedse premier het leven liet. Het antwoord: misschien, maar alles hangt af van één factor. Het moordwapen. Dat moet gevonden worden.

Moord op Palme: de vluchtweg

De dader vluchtte via deze trappen. Foto: Marc Pennartz

Het is het duurste en langst aanslepende moordonderzoek van Zweden. Veel komt er niet naar buiten, maar in Stockholm is nog steeds een rechercheteam actief. Die checken de tips die er binnenkomen. Want tips zijn er altijd. Niet in de laatste plaats dankzij journalisten en hobbyisten die zich in de moord op Olof Palme hebben gespecialiseerd. De charismatische Zweedse politicus, die op 28 februari 1986 werd omgebracht toen hij na een bezoekje aan de bioscoop naar huis stapte, blijft tot de verbeelding spreken.

De dader was een demogorgon

Zweden heeft speciaal hiervoor de verjaring van moordzaken opgeheven. De dader kan dus nog altijd gestraft worden, mocht hij nog leven. Maar wat heb je nodig om het zover te krijgen?

  • Motieven en theorieën? In de 33 jaar sinds de moord zijn zowat alle denkbare theorieën gepasseerd en onderzocht. Ze leveren spectaculaire verhalen, bestsellers en geruchten op waarvan velen smullen, maar de verspreiders ervan blijken meestal geen grote denkers. Altijd maar weer lopen ze vast wanneer ze moeten vertellen hoe de moord dan precies gepleegd is. Toch niet onbelangrijk, zou je zeggen. Motieven zijn niets waard als ze niet met feiten worden onderbouwd. Anders kan je even goed een demogorgon als dader aanwijzen.
  • Getuigenverklaringen dan maar? Nee, die gaan de moord ook niet oplossen. Oude getuigen zijn juridisch opgebruikt en/of, zoals kroongetuige-weduwe Lisbeth Palme, intussen zelf gestorven. Het is te lang geleden. Alibi’s die nu worden aangedragen, kunnen niet meer worden gecontroleerd. Verhalen over wat A ooit tegen B heeft verteld, evenmin – tenzij er toevallig opnames van bestaan. En die zijn er nooit, blijkt altijd weer.
  • DNA? De jas die Palme droeg is bewaard. Volgens sommige getuigen legde de moordenaar een hand op de linkerschouder van Palme. Het is mogelijk dat hij hierbij een DNA-spoor achterliet. Nieuwe technieken kunnen wellicht een bruikbaar profiel opleveren. Maar een DNA-spoor alleen zal niet voldoende zijn. De jas van Palme kan die avond ook in de metro en de bioscoop door anderen zijn aangeraakt.
  • Daderkennis? Is er iets wat alleen de politie weet én de dader? Als ik daar ja op antwoord, heb ik het gedaan. Maar de kans lijkt me bijzonder klein dat er zoiets bestaat. Het onderzoek op de plaats van de moord was geen toonbeeld van zorgvuldigheid. Zowat alles wat we daarover weten, is in de openbaarheid gebracht bij de rechtszaak tegen Christer Pettersson, de vechtersbaas die ooit (onterecht) beschuldigd werd van de moord.

Serienummer 61575

Wat nieuwe getuigen nog wel kunnen doen is de politie op een spoor zetten. Naar het enige voorwerp dat met 100 procent zekerheid te koppelen is aan de moord: de revolver die Palme doodde, hoogstwaarschijnlijk een Smith & Wesson .357 Magnum. Dat wapen vinden is waar de Zweedse speurders hun hoop op vestigden, bleek in 2016 op de dertigste verjaardag van de moord. Meer nog, ze toonden zich vooral geïnteresseerd in een Smith & Wesson met serienummer 61575.

Die Smith & Wesson was de enige revolver van dat type die op 28 februari 1986 legaal in Stockholm aanwezig was én die de politie dertig jaar later nog steeds niet had kunnen onderzoeken, werd mij in 2016 door de speurders bevestigd.

Ergens moet dat wapen zijn, tenzij iemand het heeft gedemonteerd en vernietigd. De speurders weten wel wie het wapen op de avond van de moord bezat: de precies 24 uur eerder failliet geraakte beursspeculant en wedstrijdschutter Christer Andersson. Een man die als twee druppels water leek op het daderprofiel. Toen de politie hem – veel te laat – op het spoor kwam, gaf hij een wel erg ongeloofwaardige verklaring voor het feit dat hij de revolver intussen niet meer bezat. Alles daarover staat in mijn boek over de moord op Olof Palme.

Het is wellicht hoog tijd dat de politie eens gaat zoeken in het meer waarlangs Andersson na de moord ging wonen – áls dat niet al gebeurde. Wanneer serienummer 61575 wordt gevonden, kan het wapen mogelijk worden gekoppeld aan de kogel die Palme doodde. In de pijp van de revolver kan ook weefsel van Palme zitten dat er bij de terugslag van het schot in gezogen is. En als je dan DNA van Andersson op Palme’s jas vindt, kan je wel met grote zekerheid stellen de dader te hebben geïdentificeerd.

Hem veroordelen wordt dan wel weer lastig. Hij beroofde zich in 2008 van het leven.

Deel dit artikel