De Moord op Olof Palme

Moordwapen Palme gevonden?

In Zweden stijgt de spanning. Wie is de moordenaar van Olof Palme? Op die vraag komt nog voor de zomer een antwoord. Dat beloofde openbaar aanklager Krister Petersson kort voor de 34e verjaardag van de moord. Rechercheur Hans Melander bevestigde die uitspraak enkele dagen later. Na zo veel jaar een dader ontmaskeren is niet simpel. Daarvoor is er technisch bewijs nodig. Het lijkt erop dat de speurders het moordwapen hebben gevonden.

Door de jaren heen heeft de Palmegroep van de Zweedse politie honderden revolvers onderzocht. Als bleek dat die niet het moordwapen waren, keerden ze terug naar de eigenaar. Dat zou niet zijn gebeurd met twee wapens die in 2017 in handen kwamen van de politie. In beide gevallen gaat het, naar verluidt, om Smith & Wesson .357’s.

Uit een wapenverzameling?

Smith & Wesson .357 Magnum

Smith & Wesson .357 Magnum. Foto: Motohide Miwa

Journalisten in Zweden gaan ervan uit dat die twee revolvers in 1986 in bezit waren van een wapenverzamelaar. Deze intussen gestorven man was een kennis van Stig Engström, een grafisch ontwerper die in Zweden de Skandiaman wordt genoemd. Engström werkte vlakbij de plek van de moord in Stockholm. Hij meldde zich daags na het fatale schot op 28 februari 1986 als getuige. In de Zweedse media wordt hij echter nu als meest waarschijnlijke moordenaar opgevoerd.

Of de wapens uit die verzameling van die vriend komen wordt door de politie niet bevestigd. De Palmegroep houdt de lippen stijf op elkaar.

De krant Aftonbladet maakt nog melding van een andere revolver. Die zou in de zomer van 2019 zijn gevonden op een zolder in Spånga, een voorstad van Stockholm. Het is een onbevestigd gerucht. Wel is het zeker dat scholieren in Spånga in 2018 een vuurwapen vonden in een bosje bij hun school. Deelnemers aan een populair internetforum over de moord op Palme noemen dan weer een perceel aan de Kyrkväg in die plaats. Daar stond een huis dat vorig jaar werd afgebroken. Enkele jaren eerder zou daar al naar een wapen zijn gezocht.

“Al twee jaar niets gehoord”

Toch gaan velen ervan uit dat een van de twee wapens die in 2017 opdoken, het moordwapen is. Niet lang nadat ze waren onderzocht toonde aanklager Petersson zich al heel nadrukkelijk optimistisch. Over het resultaat van dat onderzoek zweeg hij in alle talen, maar de timing van zijn optimisme was opmerkelijk. In dezelfde periode pakte het tijdschrift Filter groot uit met verdenkingen tegen de Skandiaman. Dus werd het optimisme meteen gelinkt aan Engström en de verzamelaar.

Maar is dat wel geloofwaardig dat het om wapens van die verzamelaar gaat? Na de dood van de verzamelaar werd de collectie door diens dochter via een veilinghuis verkocht. Als de wapens die de Palmegroep in 2017/2018 onderzocht uit de collectie komen én aan de moord op Palme gelinkt zijn, is het wel merkwaardig dat de dochter al twee jaar niets meer van de speurders heeft gehoord. De dochter zegt dat ze de Palmegroep foto’s heeft laten zien van de verzameling van haar vader, maar zou daarna geen contact meer met ze hebben gehad.

De verdwenen Smith & Wesson

Er is een andere mogelijkheid. Tijdens een persconferentie in 2016 riep de Palmegroep het publiek om hulp. De speurders zeiden nog steeds te zoeken naar de Smith & Wesson die ooit toebehoorde aan de vroegere beursspeculant en wedstrijdschutter Christer Andersson. En dat is een meer waarschijnlijke dader dan de Skandiaman. Tenminste, dat beweert nu ook de populaire criminoloog Leif GW Persson in Aftonbladet, weliswaar na jarenlang de aanwijzingen in diens richting te hebben genegeerd.

Een revolver laten verdwijnen lijkt gemakkelijk. Maar om zeker te zijn dat het nooit wordt gevonden, moet je het op open zee van een schip gooien. Andere locaties zijn nooit zo veilig. Volgens de Amerikaanse profiler Robert Ressler zou het wapen voor de moordenaar van Olof Palme een symbolische waarde hebben. Hij geloofde dat de dader het op een plek zou bewaren waarnaar hij soms kon terugkeren.

Christer Andersson beroofde zich in 2008 van het leven. In de jaren na de moord woonde hij de meeste tijd in het zomerhuisje van zijn ouders. Dat lag in de bossen van Tungelsta, ten zuiden van Stockholm. In die omgeving was er volop ruimte om iets te verbergen. Het zomerhuis is nadien een paar maal van eigenaar veranderd. In maart 2019 werd het gekocht door een jong koppel. Ze betaalden een kwart miljoen euro. Kennelijk was er een reden om het weer snel van de hand te doen. Op 29 januari 2020 verkochten zij het huisje met bijna 20.000 euro verlies.

De mysterieuze Diana

Moord op Olof Palme, Tunnelgatan

De plek van de moord. Foto: politie Zweden

Een revolver met hetzelfde serienummer als dat van Andersson was ook onderwerp van een merkwaardige blog. Die kwam begin 2015 online. Twee jaar later werd de website plots opgedoekt. Auteur was iemand die zich Diana Walker Palmer noemde, ongetwijfeld een schuilnaam. Diana koppelde precies deze Smith & Wesson aan de moord, maar niet aan Andersson. De blogauteur beweerde dat er sprake was van een persoonsverwisseling.

Diana zei een 64 pagina’s tellend dossier te bezitten. Daarin zouden geheime politiestukken zitten die de dader aanwezen. Diana bood het dossier te koop aan voor een miljoen euro. Oplichterij? Mogelijk. Een fantast? Ook niet ondenkbaar. Toch wekte Diana de indruk over serieuze informatie te beschikken, waarbij het wapen cruciaal was. De blog ging offline in 2017, enkele maanden voordat de speurders twee wapens onderzochten.

Als justitie een geloofwaardige oplossing van het moordmysterie wil presenteren, kan ze niet om het wapen heen. Op de plek van de moord zijn door de dader nauwelijks sporen achtergelaten. De politie vond enkel de twee kogels waarmee Olof en Lisbeth Palme werden beschoten. Die kon men linken aan een specifiek type revolver. De munitie was van eenzelfde soort die Christer Andersson bezat. Van de dader hebben we een signalement, maar gedetailleerd is dat niet. Het zou op zowel Engström als Andersson kunnen passen.

DNA van de dader?

Om iemand overtuigend aan de plaats delict te kunnen binden, ontkom je dus bijna niet aan het moordwapen. Liefst in combinatie met zoiets als DNA. De dader hield de revolver op amper 30 centimeter van Olof Palme. Vermoed wordt dat er weefsel van Palme in de revolvermond is gezogen. Er zijn verder getuigen die menen dat de dader kort zijn hand op Palmes schouder legde. Het is niet onmogelijk dat hij toen zijn eigen DNA achterliet op de jas van de premier.

Naar DNA-sporen op de plaats delict is nooit gezocht. Dat deed men toen nog niet. Pas in 1987 werd DNA voor het eerst in een strafzaak als bewijsmateriaal gebruikt. De technieken zijn de laatste jaren enorm verfijnd. Vroeger was er een hele druppel bloed, zweet, speeksel of sperma nodig om een DNA-profiel samen te stellen. Tegenwoordig kunnen microscopisch kleine sporen al naar een dader wijzen.

Het feit dat Engström en Andersson al vele jaren dood zijn is geen belemmering. Via het DNA-profiel van familieleden kan de politie een heel eind komen. Beide mannen waren kinderloos. Engström had wel een intussen ook overleden broer. Familieleden van de Skandiaman maken in hun vele perscontacten nergens melding van DNA-stalen die de speurders zouden hebben verzameld. De jongere broer van Andersson leeft nog, maar liet eerder weten niet te willen praten over de moord op Palme. Een vroegere schietkameraad van de beursspeculant zei me enkele jaren geleden dat hij van de politie een spreekverbod had als het over Christer ging.

Deel dit artikel